AbramitesBereik van paginaabyssinicus

Abramítes

= als een brasem.

Gering geslacht van karperzalmen uit de familie van de ➛Anostomidae. Dit geslacht bevat 2 soorten.

Kopstaanders met een ongebruikelijk hoog gevormd lichaam en een vanaf de borstvinnen afwijkende bouw, afkomstig uit Zuid-Amerika. Beide soorten lijken erg op elkaar.

Langgerekte vissen met toch een hoge rug, zijdelings sterk samengedrukt. De buiklijn is veel minder gewelfd. De kop gaat met een inwaartse knik in de rug over en is daardoor spits. Ook de typisch neerwaartse houding is bij deze kopstaanders gewoon. De vinnen zijn relatief klein; een vetvin ontbreekt niet. Vrouwen zijn wat steviger geproportioneerd.

Houdt deze vissen bij voorkeur in een groep, eventueel met andere, niet te kleine soorten. Volwassen dieren kunnen onderling erg onverdraagzaam zijn. Vissen met lange vinnen of sprieten kunnen belaagd worden. De inrichting vraagt weinig bijzonders, maar wat dekking in de vorm van stevige planten wordt gewaardeerd; zachte planten en algen worden gegeten. Als voedsel is dan ook een mix van ➛plantaardige en ➛dierlijke kost nodig, waarin ze niet kieskeurig zijn. Daarom makkelijk te wennen aan allerlei soorten voedsel.

Moeilijkheid 1 (0-3)

éques

Steindachner 1878

Endemisch in de rio Magdalena in het westen van Colombia.

Lengte tot 14 cm.

Buiklijn vrij rond. A 13-14. Tekening als bij A. hypselonotus; vijfde band soms met onderbreking.

Verzorging en gedrag als beschreven bij het geslacht.

Geschikt voor aquaria vanaf 200 liter.

Temperatuur: 23 tot 27° C

Nog niet nagekweekt.

Moeilijkheid 1 (0-3)

hypselonótus

Günther 1868

Dwarsstreepkopstaander, brasemzalm

Groot verspreidingsgebied in de rivieren Orinoco, Amazone en Paraguay in de bovenste helft van Zuid-Amerika, met Paraguay als zuidelijkste punt, in een veelheid aan watertypes.

Abramites hypselonotus
De dwarsstreepkopstaander. © ➛I. Mikolji

Lengte tot 14 cm.

Buiklijn minder rond dan bij A. eques. A 10-12. Zilverwitte grondkleur, naar de rug bruiner. Acht regelmatig geplaatste, brede dwarsbanden die iets naar voren hellen. De derde band komt tot de zijlijn. Aan één of beide zijden van deze banden een lichtere, soms blauwige 'schaduw'-band. Rug-, aars-, vet- en buikvinnen meegekleurd aan de basis; staart kleurloos.

Verzorging en gedrag als vermeld bij het geslacht en de familie.

Geschikt voor aquaria vanaf 200 liter.

Temperatuur: 20 tot 30° C

Nog niet nagekweekt. Dit vereist mogelijk een lagere pH.

Nog vaak te vinden onder het synoniem A. microcephalus.

Kopen: ok.

abyssínicus

= uit Abessinië (Ethiopië).

➛Aponogéton

Margevuller