CreagrutusBereik van paginaCreagrutus beni

Creagrutus

= vleesafscheurder.

Omvangrijk geslacht van karperzalmen met ruim 80 soorten uit de familie van de ➛Stevardiidae.

Voornamelijk afkomstig uit Zuid-Amerika, met C. affinis als enige uitzondering. Veelal bewoners van ondiep, vrij snel stromend en zuurstofrijk water in de bovenloop van rivieren met een stenige bodem. Ruim de helft daarvan is pas sinds 2000 aan het geslacht toegevoegd.

Langwerpige scholenvissen met een slanke staartwortel, een vrij hoog lichaam en een stompe snuit. Lichaam op de zijden weinig samengedrukt. Rugvin kort en driehoekig, op het hoogste punt geplaatst. Aarsvin lang, achterwaarts smaller wordend. Staartvin gevorkt. Vinnen in de regel vrijwel geheel kleurloos. Vetvin klein. Vrouwen ronder gebouwd, vaak groter. Mannen kleurrijker. Soorten lijken sterk op elkaar.

Ondanks de verontrustende naam toch vreedzame vissen. Mogelijk is deze afgeleid van de lange voortanden. Weinig eisende, maar levendige vissen die zich ook in andersoortig gezelschap laten houden. Echter weinig opvallend gekleurd en wat groter dan andere karperzalmen, daarom vermoedelijk minder populair. Houdt ze liefst met 8 of meer in een school. Een inrichting met veel plantendekking, maar ook voldoende zwemruimte is aan te raden. Stroming vormt geen probleem. Voornamelijk nabij het wateroppervlak levende dieren, die zich hoofdzakelijk voeden met insecten die daarop zijn beland. Muggenlarven en kleine kreeftachtigen worden echter ook gegeten. diepvries- en droogvoer vormen geen probleem.

De kweek en de opfok zijn niet bijzonder moeilijk. Meerdere tientallen kleverige eieren worden aan plantenbladeren afgezet. Verdere broedzorg ontbreekt. De eieren komen na 2 à 3 dagen uit. Jongen kunnen met microwormen worden gevoerd: deze zoeken hun eten voornamelijk bij de bodem.

Zelden in de handel aangeboden dieren.

Moeilijkheid 1 (0-3)

affínis

Steindachner 1880

Te vinden vanaf Lago Bayano in Panama, Centraal Amerika, langs de Pacifische kust tot de San Juan rivier in Colombia. Buiten dat ook in de Rio Magdalena, die uitmondt in de Atlantische Oceaan.

Creagrutus affinis
Creagrutus affinis. © ➛UCO

Lichaam als vermeld bij het geslacht. De bovenkaak steekt vrij ver over de onderkaak. Kleur grotendeels zilverwit, met een gelige rug. Over de lengte een donkere streep, vanaf het oog tot in de staart. Daarboven een smallere goudgele. Achter de kieuwdeksel is een kleine schoudervlek aanwezig. Vinnen aan buikzijde met een licht paars- tot blauwwitte voorste vinstraal. Oog aan bovenzijde rood. De in de soortnaam genoemde verwantschap betreft C. muelleri.

Lengte tot 8 cm.

Verzorging, gedrag en kweek als vermeld bij het geslacht.

Geschikt voor aquaria vanaf 300 liter.

Temperatuur: 20 tot 28° C

pH: 6-7   dH: 8-18   fH: 14-32   ppm: 130-300

Kopen: ok.

Moeilijkheid 1 (0-3)

béni

Eigenmann 1911

Wijd verspreid in de driehoek tussen Venezuela, Bolivia en de Rio Tocantins in oostelijk Brazilië.

Vrijwel doorschijnend zilverwitte vis met een olijfgroene rug. Over de lengte een zwarte band, met erboven een smalle goudgele. Ogen zonder opvallende kleuren. Staartvin aan weerszijden nabij de basis rood gekleurd.

Lengte tot 8 cm.

Verzorging, gedrag en kweek als aangegeven bij het geslacht. tot 50 eieren worden afgezet. Het eten van platwormen is bij deze soort waargenomen.

Geschikt voor aquaria vanaf 300 liter.

Temperatuur: 22 tot 28° C

pH: 6-7   dH: 8-18   fH: 14-32   ppm: 130-300

Kopen: ok.

Margevuller