EleocharisBereik van paginaEleocharis minima

Eleócharis

= sierraad van het moeras.

Waterbies

Zeer omvangrijk geslacht van moerasplanten uit de familie van de ➛Cyperaceae. Dit geslacht bevat meer dan 250 soorten.

Soortenrijk geslacht met een wereldwijde verspreiding. De meeste soorten komen uit Zuid-Amerika, met name het ➛Amazonegebied. Ook in Nederland zijn 6 soorten te vinden.

Eleocharis
Een bodempje naaldwaterbies.

Sterke planten die dichte matten vormen met hun sterk vertakkend ➛rizoom. Wat bladeren lijken, zijn feitelijk de stengels die de functie van bladeren hebben. Dat verklaart de vorming van een bloem aan het eind van elk, boven water. De blaadjes zelf zijn klein en omvatten de stengel aan de basis. Op elke knoop op het rizoom groeien rozetten van dergelijke stengels opwaarts. Aldus wordt vrij snel een veldje gevormd.

Mede hierom zijn enkele soorten erg populair geworden in ➛aquascaping, om snel de bodem van een groen tapijt te kunnen voorzien. Om dit proces te versnellen kan de wortelstok worden gedeeld in stukjes met een afzonderlijke spriet waaraan in ieder geval enkele wortels moeten zitten. Veel soorten zijn gevoelig voor hoge temperaturen.

Goed bruikbaar als natuurlijk ➛kweekrooster.

Moeilijkheid 2 (0-3)

aciculáris

Roemer & Schultes 1817

Naaldwaterbies

Inheems in Europa, Azië en Noord- en Zuid-Amerika, in klei-, zand- of leemgrond; soms ook ondergedoken. In Nederland en België algemeen, plaatselijk zeldzaam.

Eleocharis acicularis
Groei van naaldwaterbies. © H. Frey

Beschrijving als bij het geslacht. Kleine soort, die onder water de aangegeven lengte zelden haalt. De kleur kan variëren van licht tot donkergroen.

Hoogte tot 20 cm, breedte tot 15 cm.

Redelijk goed houdbare soort. Een bodem van vuil zand volstaat, wel is veel licht van belang. Vatbaar voor vuil en ➛alg, goed schoonhouden is daarom van belang. De plantjes kunnen als gras worden kortgeknipt. Groeit beter bij lagere temperaturen.

Geschikt voor aquaria vanaf 10 liter.

Temperatuur: 10 tot 25° C

pH: 6-8   dH: 0-12   fH: 0-21   ppm: 0-200

Moeilijkheid 1 (0-3)

mínima

Kunth 1837

Te vinden in Midden- en Zuid-Amerika, van Texas tot in de noordelijke helft van Argentinië.

Aangegeven lengte is een maximum, in de praktijk blijft deze steken op 5 cm. Groei als bij het geslacht vermeld, met slechts weinig omkrullende stengels.

Hoogte tot 15 cm, breedte tot 20 cm.

Niet moeilijk, maar toch wat minder eenvoudig dan E. pusilla. Geeft een ander beeld door de meer rechtop blijvende stengels. Vereist veel licht en CO₂.

Geschikt voor aquaria vanaf 20 liter.

Temperatuur: 18 tot 25° C

pH: 5-8   dH: 4-18   fH: 7-32   ppm: 70-300

Margevuller