Monotypisch geslacht van karperzalmen uit de familie van de ➛Characidae. De enige soort is de weinig gehouden Leptagoniates steindachneri. De eerder hierin geplaatste L. pi valt nu onder het geslacht Protocheirodon.

Afkomstig uit de bovenloop van de Amazonerivier in Ecuador en Peru in Zuid-Amerika, zoals de Rio Marañón, Napo en Ucayali.
Lichaam langwerpig en zijdelings sterk samengedrukt, achterwaarts wigvormig en enigszins gebogen. De kop is spits en betrekkelijk klein, met een kleine, eindstandige bek. De rugvin is klein en op ongeveer tweederde vanaf de kop. Staartvin sterk gevorkt. Aarsvin zeer lang, vanaf buik tot aan de staartvin. Kleur grotendeels transparant, afgezien van de zilverkleurige front en de zwarte lengtestreep met daar bovenop een goudgele. De zwarte loopt van de onderlip tot in de staart. Ook de vinnen zijn transparant. Geslachtsonderscheid onbekend.
Lengte tot 7,6 cm.
Scholenvissen. Over het houden van deze vissen is slechts weinig bekend. Te vermoeden is dat dit weinig afwijkt van ander ➛karperzalmen.
Geschikt voor aquaria vanaf 180 liter.
Temperatuur: 20 tot 26° C
Kopen: ok.
Klein geslacht van meervallen met 6 soorten uit de familie van de ➛Callichthyidae.
Op ➛Callichthys gelijkende meervallen uit Zuid-Amerika, met een volledig pantser van ➛beenplaten.
Deze dieren komen voor ten zuiden van de Amazone rivier en in de bovenloop daarvan in Peru.
Langgerekte, slanke meervallen met vrij sterk samengedrukte zijden. Rug- en buik lijn lopen achterwaarts maar weinig naar elkaar toe. Naar voren, vanaf de voorkant van de rugvin, lopen beide na een vrij scherpe knik naar elkaar toe, eindigend in de brede, eindstandige bek. Deze heeft een wrattige bovenlip; de onderlip draagt twee brede, korte baard'draden', rond tot driehoekig van vorm. Vier lange, meer gebruikelijke ➛baarddraden bevinden zich op de mondhoeken. De ogen staan midden op de brede kop. Alle zijden van het lichaam zijn met beenplaten bezet. Een vetvin ontbreekt niet. Mannen zijn groter en tevens herkenbaar aan de steviger voorste borstvinstralen.
Sterke en vreedzame bodemvissen die eenvoudig zijn te houden als enkel exemplaar of in een groepje. Zorg voor afgerond, fijn grind en de nodige schuilgelegenheid. Stroming bij voorkeur niet te sterk. Enigszins gedempt licht heeft de voorkeur.
Deze alleseters zijn weinig kieskeurig zijn met het voedselaanbod en eten alle levend, diepvries en droogvoer, zowel dierlijke als plantaardige oorsprong.
Kweken is niet bijzonder moeilijk en komt zelfs in gezelschapsaquaria voor. Voor een hogere opbrengst is echter een kweekbak aan te raden. Het betreft ➛schuimnestbouwers die hun nest nabij het wateroppervlak maken tussen, bijvoorbeeld, de wortels van drijfplanten. Hiertoe wordt lucht ingenomen via de bek en onder water weer uitgestoten, onderwijl met de borstvinnen de bellen kleiner slaand. Een geïnteresseerde vrouw inspecteert het nest en zet, indien daarmee tevreden, tot meerdere honderden eieren af. Dit gebeurt in vele herhaalde sessies nabij het wateroppervlak aan drijfplanten of ander voorwerpen aldaar.

Bewoont de bovenloop van de Amazone rivier in Peru het aangrenzende deel van Brazilië, zoals de Rio Solimôes, Japurá en Ucayali.
Vorm als beschreven bij het geslacht. Kleur vrij donker roodbruin. Nek en voorhoofd lichter en geliger van kleur. De keel is wit met donkerbruine vlekjes. Op de rest van het lichaam zijn deze enkel zichtbaar rond de middellijn. Ook de staart is op de vinstralen gevlekt.
Lengte tot 5 cm.
Verzorging, gedrag en kweek als vermeld bij het geslacht.
Geschikt voor aquaria vanaf 70 liter.
Temperatuur: 23 tot 27° C
pH: 6-8 dH: 4-18 fH: 7-32 ppm: 70-300
Kopen: ok.