luciusBereik van paginaLudwigia glandulosa

lúcius

= snoek.

➛Ésox

Lucky Bamboo

➛Dracaena braunii

Ludwígia

= naar de Duitse botanicus Ludwig.

Groot geslacht van moerasplanten uit de familie van de ➛Onagraceae. Dit geslacht bevat meer dan 80 soorten.

Moerasplanten met diverse groeivormen, waarvan enkele soorten zeer populair zijn voor het aquarium, dankzij hun snelle groei, grote tolerantie wat waterwaarden betreft en fraaie uiterlijk. Enkele soorten doen het ook goed in een onverwarmd aquarium. Dit geslacht komt, buiten de koude polen, wereldwijd voor, maar is vooral goed vertegenwoordigd in Midden- en Zuid-Amerika.

De in de regel kruisgewijs ➛tegenoverstaande bladeren zijn meestal ovaal rond, gepunt, groen tot bruingroen gekleurd en vaak met een roodbruine onderkant. Eenmaal aan het oppervlak vertakken de planten sterk en zullen ➛emerse takken vormen om te bloeien.

Moeilijkheid 2 (0-3)

arcuáta

Walter 1788

Endemisch in het zuidoosten van de V.S., in Alabama, Georgia, Zuid-Carolina en Florida. Te vinden op zonnige plekken op natte grond.

Ludwigia arcuata
Ludwigia arcuata

Hoogte tot 50 cm, breedte tot 8 cm.

Groei als vermeld bij het geslacht. Bladeren kruisgewijs, zittend, dicht opeen, lancetvormig, lang, smal en spits. Boven water groen en kort gesteeld, stengels kruipend. Kleur van grasgroen tot rozig oranjerood. Bloemen gesteeld in bladoksels, warmgeel, viertallig, bloembladen wijd uiteen.

In het aquarium wat lastig, deze fraaie soort. Vraagt veel licht. Kan 's zomers in de tuin: de plant verdraagt vrij lage temperaturen.

Geschikt voor aquaria vanaf 40 liter.

Temperatuur: 24 tot 26° C

Moeilijkheid 3 (0-3)

glandulósa

Linneaus 1753

Endemisch in Noord-Amerika, met name het zuidoosten, op allerlei vochtige tot natte plaatsen.

Ludwigia glandulosa
Ludwigia glandulosa. © ➛B. Laurens

Hoogte tot 1 m, breedte tot 20 cm.

Langwerpig spoelvormige, kruisgewijze, olijfgroene tot bruinrode bladeren met een rode onderkant en een korte steel, aan donkerrode stengels. Emerse bladeren breder en, evenals de stelen, groen. Kleine bloemen zonder kroonbladeren.

Moeilijke, traag groeiende soort die veel voeding, CO₂ en vooral licht vraagt, en een niet te hoge temperatuur. Tekorten worden zichtbaar door afvallende oude bladeren. Ook als daaraan wordt voldaan blijft de groei langzaam. Desondanks biedt de rode kleur prachtig contrast met groene planten, wat de populariteit verklaart.

Geschikt voor aquaria vanaf 100 liter.

Temperatuur: 15 tot 25° C

Te vermeerderen door zijtakken af te nemen. Dit gaat eenvoudiger bij in pot gekweekte planten: de submerse vorm vertakt maar weinig.

Wordt af en toe aangeboden onder de verkeerde naam L. perennis.

Margevuller