NaididaeBereik van paginaNajas gracillima

Náididae

= afgeleid van Nais.

Familie van waterwormen uit de stam van de ➛Annelida, die in zowel zoet, ➛brak als zeewater voorkomen. Deze variëren in lengte van enkele milli- tot meerdere centimeters en zijn ➛hermafrodiet. Voor aquariumgebruik zijn daarin vooral de rode wormen uit het geslacht ➛Tubifex van belang, die in vrijwel iedere aquariumwinkel te koop en in iedere sloot te vinden zijn. Deze vielen voorheen onder de familie van de Tubificidae.

naiyanétri

= naar de Thaise professor Naiyanetr.

➛Limnópilos

Nájas

= nimf.

Nimfkruid

Geslacht van ➛waterplanten uit de familie van de ➛Hydrocharitaceae. Het bevat ruim 40 soorten.

Echte waterplanten met een kosmopolitische verspreiding. In België en Nederland komen N. minor en N. marina voor. Bladeren staan kruiswijs, soms op drie- of meertallige kransen lijkend, op een breekbare, sterk vertakkende en dunne stengel. Knoopafstand vaak lang. Eén- of meerjarige planten die wereldwijd in zowel zoet, ➛brak als zeewater voorkomen. De planten vormen vaak een tapijt op de bodem van langzaam stromend tot stilstaand water van allerlei soort. Zeer dunne bladeren, tot draadvormig; zittend, getand en achterover gebogen. De planten vormen een warrig groeibeeld.

Meerdere soorten zijn geschikt voor aquariumgebruik. Vanwege de breekbaarheid van de stengels kunnen de planten beter niet met drukke dieren worden gecombineerd. Afgebroken delen groeien overigens makkelijk weer uit tot een nieuwe plant en lijken een natuurlijke vorm van vermeerderen.

Recent viel dit geslacht en ➛Zannichellia nog onder de nimfkruidachtigen of Najadaceae.

Moeilijkheid 1 (0-3)

conférta

Braun 1868

Versnipperde verspreiding over Cuba, de Dominicaanse Republiek, Panama en alle Braziliaanse staten ten oosten van beide Mato Grosso's en Maranhão. In vrijwel stilstaand water met een zandbodem.

Najas conferta
Najas conferta

Groei als bij het geslacht vermeld. Stengels dun en kaal, op iedere knop ten minste kort vertakkend.. Bladeren groepsgewijs dicht opeen. De kleur varieert van bleek bruingeel tot hardgroen.

Hoogte tot 60 cm, breedte tot 40 mm.

Verdraagt een breed temperatuurbereik en weinig licht. Gemiddeld tot fel licht geeft snellere en compactere groei. Bloeit ook in het aquarium en zet tevens zaad.

Geschikt voor aquaria vanaf 40 liter.

Temperatuur: 20 tot 25° C

pH: 6-7   dH: 4-18   fH: 7-32   ppm: 70-300

Moeilijkheid 1 (0-3)

gracíllima

Magnus 1870

Sterk versnipperde verspreidingsgebied: Ontario, Nova Scotia en Newfoundland in Canada, van daar zuidwaarts in de oostelijke V.S., tot in Alabama, ontbreekt in West Virginia en Florida; Iran; Bangladesh; zuidoostelijk China, Binnen-Mongolië en ten oosten daarvan; Rusland: Amoer en Khabarovsk; de Korea's; Japan. Geïntroduceerd in Zuid-Europa en de Amerikaanse westkust.

Najas gracillima
Najas gracillima. © ➛ellimac444

Stelen dun, tot 0,7 mm dikte. Bladeren zeer dun, draadvormig, in schijnkransen van 5, groenig wit to donkergroen of roodbruin. Eencellige betanding. Chinese exemplaren blijven kleiner.

Lengte tot 50 cm.

Een makkelijk te houden plant, die nog nauwelijks bekend is. Plaats stekken vrij ruim om wegkwijnen te voorkomen. Vraagt gemiddeld tot veel licht.

Geschikt voor aquaria vanaf 40 liter.

Temperatuur: 20 tot 25° C

pH: 6-8   dH: 4-18   fH: 7-32   ppm: 70-300

Margevuller