Nimfkruid
Geslacht van ➛waterplanten uit de familie van de ➛Hydrocharitaceae. Het bevat ruim 40 soorten.
Echte waterplanten met een kosmopolitische verspreiding. In België en Nederland komen N. minor en N. marina voor. Bladeren staan kruiswijs, soms op drie- of meertallige kransen lijkend, op een breekbare, sterk vertakkende en dunne stengel. Knoopafstand vaak lang. Eén- of meerjarige planten die wereldwijd in zowel zoet, ➛brak als zeewater voorkomen. De planten vormen vaak een tapijt op de bodem van langzaam stromend tot stilstaand water van allerlei soort. Zeer dunne bladeren, tot draadvormig; zittend, getand en achterover gebogen. De planten vormen een warrig groeibeeld.
Meerdere soorten zijn geschikt voor aquariumgebruik. Vanwege de breekbaarheid van de stengels kunnen de planten beter niet met drukke dieren worden gecombineerd. Afgebroken delen groeien overigens makkelijk weer uit tot een nieuwe plant en lijken een natuurlijke vorm van vermeerderen.
Recent viel dit geslacht en ➛Zannichellia nog onder de nimfkruidachtigen of Najadaceae.

Versnipperde verspreiding over Cuba, de Dominicaanse Republiek, Panama en alle Braziliaanse staten ten oosten van beide Mato Grosso's en Maranhão. In vrijwel stilstaand water met een zandbodem.
Hoogte tot 60 cm, breedte tot 40 mm.
Groei als bij het geslacht vermeld. Stengels dun en kaal, op iedere knop ten minste kort vertakkend.. Bladeren groepsgewijs dicht opeen. De kleur varieert van bleek bruingeel tot hardgroen.
Verdraagt een breed temperatuurbereik en weinig licht. Gemiddeld tot fel licht geeft snellere en compactere groei. Bloeit ook in het aquarium en zet tevens zaad.
Geschikt voor aquaria vanaf 40 liter.
Temperatuur: 20 tot 25° C

Sterk versnipperde verspreidingsgebied: Ontario, Nova Scotia en Newfoundland in Canada, van daar zuidwaarts in de oostelijke V.S., tot in Alabama, ontbreekt in West Virginia en Florida; Iran; Bangladesh; zuidoostelijk China, Binnen-Mongolië en ten oosten daarvan; Rusland: Amoer en Khabarovsk; de Korea's; Japan. Geïntroduceerd in Zuid-Europa en de Amerikaanse westkust.
Lengte tot 50 cm.
Stelen dun, tot 0,7 mm dikte. Bladeren zeer dun, draadvormig, in schijnkransen van 5, groenig wit to donkergroen of roodbruin. Eencellige betanding. Chinese exemplaren blijven kleiner.
Een makkelijk te houden plant, die nog nauwelijks bekend is. Plaats stekken vrij ruim om wegkwijnen te voorkomen. Vraagt gemiddeld tot veel licht.
Geschikt voor aquaria vanaf 40 liter.
Temperatuur: 20 tot 25° C