Klein geslacht van karperzalmen met 2 soorten uit de familie van de ➛Distichodontidae.
Scholenvissen uit Afrika.Langgerekte, maar ook vrij hoge dieren met een min of meer ruitvormig lichaam, zijdelings afgeplat. Kop spits met een kleine bek. Ogen opvallend ver naar voren. Vrouwen voller van bouw, mannen kleiner en kleurrijker.
Bij voorkeur in een school van minimaal 8 dieren houden. Weinig eisend wat voedsel betreft. Zowel dierlijk en wat plantaardig voedsel kunnen in levende vorm en als diepvries- en droogvoer worden gegeven.
Vrijleggers die 's ochtends vroeg afzetten in fijnbladig groen of een ➛kweekmop.

Inheems in de Afrikaanse kustlanden van Nigeria tot de beide Congo's, in allerlei soorten stilstaand en stromend water.
Kleur zilverwit, boven de zwarte lengtestreep grijsbruin. De streep loopt van de bovenlip tot een zwart vlekje op de roodachtige staartwortel. Daarboven, vanaf het oog, een smallere goudgele tot rozige streep. Tussen de schubben daarboven parallelle donkere zigzaglijnen.
Lengte ♀ tot 6,5 cm, ♂ tot 45 mm.
Tamelijk schuwe en weinig gehouden vis, maar is goed met andere rustige soorten te houden. Wat dichte beplanting kan beschutting bieden. Verder weinig eisend.
Kweken is niet moeilijk, maar nog weinig uitgevoerd. Productieve soort. Zorg voor zacht en wat zurig water. Eieren komen na 1 à 2 dagen uit, jongen zwemmen na 2 tot 4 dagen vrij nabij de bodem en vereisen gedurende een week het kleinste ➛jongbroedvoer.
Geschikt voor aquaria vanaf 70 liter.
Temperatuur: 22 tot 28° C
pH: 6-8 dH: 4-12 fH: 7-21 ppm: 70-200
Kopen: ok.