NymphaealesBereik van paginaNymphoides forbesiana

Nymphaeáles

= afgeleid van Nymphaea.

Orde van bloeiende waterplanten uit de klasse van de ➛Spermatopsida. Over de juiste indeling bestaat verschil van mening binnen de wetenschap en wordt deze orde volgens sommigen niet erkend.

Soorten hieronder beschikken over een rizoomachtige stengel, grote bladeren en opvallende bloemen. Voor de aquaristiek interessante families zijn:

➛Cabombaceae en ➛Nymphaeaceae.

Nymphóides

= lijkt op Nymphaea.

Groot geslacht van waterplanten uit de familie van de ➛Menyanthaceae. Dit geslacht bevat meer dan 60 soorten.

Wereldwijd in de tropen en subtropen verspreide planten die in de regel groeien in vrijwel stilstaand, vaak voedselrijk water, liefst in de volle zon. Vanuit een ➛rizoom groeien zowel submerse als drijfbladeren, die doen denken aan een kleine variant van die van ➛Nymphaea. De drijfbladeren staan met een korte steel op een knoop aan het einde van een lange bladsteel. Vanuit die knoop groeien ook de vele kortlevende bloemen door de inkeping van het drijfblad, die elkaar opvolgen.

De bladeren zijn rond of ovaal, hartvormig ingesneden tot de steel, met een gladde of gekartelde rand bij de nerfuiteinden, soms licht golvend. Bloemen symmetrisch vijf-, soms vierbladig, wit, geel of oranje, vaak met uitgebreide franje aan de randen. Soms worden banaanvormige knollen aangemaakt vanuit het rizoom.

Vrijwel alle soorten nijgen al snel naar de vorming van drijfbladeren en de fraaie vijftallige bloemen, vaak met franje langs de kroonbladeren, wat niet door iedere aquariaan wordt gewaardeerd. N. aquatica vormt hierop een uitzondering en is ongetwijfeld daardoor de populairste soort, ondanks de op langere termijn moeilijke cultuur. Vele soorten zijn goed te houden maar hebben desondanks de weg naar het aquarium zelden blijvend gemaakt, vermoedelijk om voornoemde reden.

Voor vermeerdering is het afnemen van de regelmatig gevormde ➛uitlopers en ➛adventiefplanten mogelijk, zodra deze wat zijn uitgegroeid. Die laatste ontstaan echter enkel aan de bloeistengel.

Moeilijkheid 2 (0-3)

aquática

Kuntze 1891

Bananenplantje

Te vinden in het oosten en zuiden van de verenigde Staten.

Nymphoides aquatica
Het bananenplantje.

Hoogte tot 15 cm, breedte tot 20 cm.

Groei als beschreven bij het geslacht. De gelige bladeren zijn vlezig, tussen de nerven gebobbeld en, bij voldoende licht, roodachtig. Rand met een ruime welving. Drijfbladeren groter, als deze al worden gevormd. Typerend zijn de trosjes tot vijf cm lange, groen tot zwartbruine knollen waaraan de plant de Nederlandse naam dankt. De witte bloemen staan in een bundel.

Traag groeiende plant, waarvan de vorming van drijfbladeren met de hoeveelheid licht kan worden geregeld: Bij beperkt licht blijven drijfbladeren uit. De gevormde bladeren kleuren donkerder.

Het afsterven van knollen kan enkele oorzaken hebben:

Fixeer de plant nabij de bodem met bijvoorbeeld een binder, waarna deze zich met wortels daarin verankert. Deze plant verdraagt een breed temperatuurbereik, maar is gevoelig voor slakkenvraat.

Temperatuur: 20 tot 26° C

Op de knopen worden jonge adventiefplanten gevormd, die na enige groei kunnen worden afgenomen.

Moeilijkheid 1 (0-3)

forbesiána

Kuntze 1891

Deze Afrikaanse plant komt voor in Guinee, Ivoorkust en Benin; Kameroen, Tsjaad, Soedan en Somalië; vanaf daar zuidwaarts tot in Angola, Botswana en Mozambique. Te vinden in tijdelijke poelen in de volle zon, op zandgrond.

Hoogte tot 2 m, breedte tot 12 cm.

Maten betreffen steel en bladschijf. Bladeren vrijwel cirkelrond, groen, onderkant sponzig en donkerrood getint.

Nog vrijwel onbekend in de aquariumwereld, maar desondanks eenvoudig te houden gedurende enige tijd. Wellicht is een langdurige rustperiode nodig, gezien de levenscyclus in het wild. Maakt geregeld uitlopers.

Geschikt voor aquaria vanaf 100 liter.

Temperatuur: 24 tot 30° C

Margevuller