Boogsterrenmos.
Geslacht van ➛mossen met ten minste 30 soorten uit de familie van de ➛Mniaceae.
Kleine, als kussens groeiende planten die zich allerlei harde ondergrond hechten. Kenmerkend zijn de tandjes aan de rand van de top helft van het lancetvormige tot ronde blad.
De enige in aquaria goed te houden soort is Plagiomnium affine.

Rond boogsterrenmos
Gematigde gebieden in Europa en Azië, op vrij droge bosgrond. In Nederland en België algemeen.
Vrij grote langwerpige, elkaar deels overlappende bladeren aan elke steel. De kleur is flessengroen. De bladrand is voorzien van regelmatige kleine tandjes. Stengels groeien horizontaal tot licht opgericht, waardoor een zeer dicht tapijt ontstaat.
Hoogte tot 10 cm, breedte tot 8 mm.
Te bevestigen op hard materiaal, waarna het mos zichzelf daaraan hecht. Niet erg makkelijk in de verzorging, groeit zeer traag. Daardoor gevoelig voor veralgen. Groeit ook in weinig licht, maar groeit compacter bij meer, maar pas op voor te veel. Zorg voor helder, voedselarm water, bijvoorbeeld met filtratie. Stelt verder weinig eisen. CO₂-bemesting versnelt de groei, plantenvoeding zorgt voor dichtere groei en een intense groene kleur.
Geschikt voor aquaria vanaf 10 liter.
Temperatuur: 10 tot 30° C
pH: 5-8 dH: 0-12 fH: 0-21 ppm: 0-200
Bij het woord plankton denken velen aan zeeleven, maar het betreft hier een algemene term die ook geldt voor leven in zoet water.
De term plankton slaat op al het leven in water dat zich laat meevoeren met de aanwezige stroming en daarbij vrij in het water zweeft. Het kan zich wel zelfstandig bewegen, maar gaat niet gericht ergens staan, of hangen aan bijvoorbeeld een plant. ➛Watervlooien vallen onder die beschrijving. Plankton is dan ook niet uitsluitend microscopisch klein.
Plankton wordt verdeeld in dierlijk (zoöplankton) en plantaardig (fytoplankton).
Voor kleine dieren en planten die wel actief het water doorkruisen is de term ➛nekton in zwang. Te denken valt aan ➛muggenlarven en waterinsekten.