Klein geslacht van ➛karperzalmen uit de familie van de ➛Acestrorhamphidae. Het bevat 3 soorten.
De enige soort die in de aquariumwereld al vele decennia bekend is is P. maxillaris. Een zeer populaire vis die in grote hoeveelheden uit grote kwekerijen in Azië en Europa komt. ➛Wildvang is zeldzaam.

Afkomstig uit Zuid-Amerika, langs de kust van Venezuela tot noordelijk Brazilië. In het droge seizoen in kleine rivieren, tijdens de moesson in ondergelopen velden, meestal in grote ➛scholen.
Typische karperzalmen met een lepelvormig lichaam, een kleine, wat stompe kop met een bovenstandige bek. Vrijwel doorzichtig, grijsbruin gekleurd. Aarsvin lang, van de buik tot aan de staartvin, met verlengde voorste vinstralen. Vinnen afgerond. rug-, aars- en buikvinnen aan de basis geel en met een witte punt, daartussen zwart; staart helderrood, evenals de kleine vetvin. Vrouwen wat groter en duidelijk steviger van bouw, mannen kleurrijker.
Lengte ♀ tot 45 mm, ♂ tot 35 mm.
Zacht water geeft bij de kweek betere resultaten. Zeer productieve soort die tot 500 eieren afzet.
Geschikt voor aquaria vanaf 60 liter.
Temperatuur: 22 tot 28° C
pH: 6-8 dH: 0-30 fH: 0-53 ppm: 0-500
De soort is lang bekend geweest als P. riddlei.
Kopen: ok.
Monotypische familie in de orde van de ➛Anabantiformes dat enkel het geslacht ➛Pristolepis bevat. Resultaten uit ➛DNA-onderzoek stellen plaatsing daaronder ter discussie, de dieren zijn vermoedelijk meer verwant met de ➛Carangiformes.