PseudancistrusBereik van paginaPseudancistrus genisetiger

Pseudancístrus

= onechte Ancistrus.

Geslacht van meervallen uit de familie van de ➛Loricariidae, met meer dan 10 soorten.

Volledig gepantserde bodemvissen uit Zuid-Amerika, onder meer het ➛Amazonegebied. Voornamelijk te vinden in stroomversnellingen in de buitenbochten van rivieren.

Langwerpig lichaam met een brede kop, naar de staart toe zeer slank toelopend. Behalve breed is de kop ook groot, van bovenaf plat en afgerond, met een zuignapvormige bek aan de onderzijde, voorzien van franje aan de lippen. Bovenop bevinden zich de vrij kleine ogen en de van een buisje voorziene neusgaten. Vinnen zijn groot en hebben min of meer de vorm van een kwart cirkel, met een stevige voorste vinstraal. De grote staartvin heeft een scheve liervorm, met een langere onderste staartvinlob. Mannen zijn eenvoudig te herkennen aan de langere ➛odontoden op de snuitrand en de voorste borstvinstralen. Soorten zijn onderling vak moeilijk te onderscheiden.

Volwassen mannen zijn sterk territoriale dieren, die onderling vrij agressief zijn, ook naar gelijkvormige medebewoners. Daarbij verlangen ze helder, zuurstofrijk water. Een natuurlijk inrichting heeft een grind- en steenbodem met een flinke stroming.

Herbivore vissen die buiten hun voornamelijk ➛plantaardig dieet af en toe ook ➛muggenlarven en ➛kleine kreeftachtigen eten. Ook worden zachte houtsoorten graag afgeschraapt, reden om de inrichting daarvan te voorzien.

Geen van de soorten is tot dusver nagekweekt.

Moeilijkheid 2 (0-3)

asúrini

Silva, Roxo & Oliveira 2015

Endemisch in de Rio Xingu in noordoostelijk Brazilië.

Pseudancistrus asurini
Pseudancistrus asurini. © ➛H. Haagensen

Lengte tot 12 cm.

De aangegeven lengte is een gemiddelde. In het wild komen dieren tot ongeveer 20 cm voor. Lichaam als omschreven bij het geslacht. Kleur bruinig zwart met over lichaam en vinnen regelmatig verspreide kleine witte stippen, op de kop kleiner en wat dichter opeen. Typerend aan deze soort zijn de wittige rug- en staartvinpunten.

Verzorging en gedrag als beschreven bij het geslacht. Warmtebehoeftige soort. In aquaria nog niet nagekweekt.

Geschikt voor aquaria vanaf 200 liter.

Temperatuur: 25 tot 30° C

Voorheen bekend onder nummer L067. Onbekend bij de IUCN.

Moeilijkheid 2 (0-3)

genisétiger

Fowler 1941

Inheems in het stroomgebied van de Rio Jaguaribe in de staat Ceará in het uiterste oosten van Brazilië.

Lengte tot 12 cm.

Lichaamsvorm als aangegeven bij het geslacht. Ook deze soort kan in een zeldzaam geval tot 20 cm groot worden. Op een zilverwitte ondergrond licht een zwarte tekening met een labyrintachtige structuur op de kop, die naar achteren overgaat in een patroon van stippen en korte strepen. De buik is wit, net daarboven zijn de zwarte lijnen zeer dun.

Verzorging en gedrag als vermeld bij het geslacht.

Geschikt voor aquaria vanaf 200 liter.

Temperatuur: 26 tot 30° C

Kopen: ok.

Margevuller