usterianaBereik van paginaUtricularia graminifolia

usteriána

= naar de Zwitserse botanicus Usteri.

➛Cryptocóryne

Utaka

De lokale Afrikaanse benaming voor wat grotere ➛cichliden in het Oost-Afrikaanse ➛Malawimeer die leven nabij de open zandbodem tot aan de rotsige oever. Deze dieren leven dan ook in dieper water dan de ➛Mbuna. Veel roofvissen zijn er tussen te vinden.

Utriculária

= met blaasjes.

Blaasjeskruid

Zeer uitgebreid geslacht van water- en moerasplanten uit de familie van de ➛Lentibulariaceae. Het bevat ten minste 200 soorten.

Utricularia
Enkele vangblaasjes. © D. Cameron
Vleesetende planten met een wereldwijde verspreiding. In Nederland en België komen vier soorten voor. Soorten komen zowel op land als in water voor.

Aan de bladeren bevinden zich kleine blaasje met daarin een onderdruk. Zodra tasters bij de ingang worden aangeraakt opent een klep en zuigt het blaasje vol, liefst met prooi. Deze wordt in het blaasje vervolgens verteerd. Behalve ➛watervlooien en ➛cyclops worden ook ➛algen, ➛schimmels en andere, in het water zwevende organismen gevangen, mogelijk bewust in verband met voedingsstoffen.

Moeilijkheid 1 (0-3)

gíbba

Linneaus 1753

Inheems langs de gematigde kusten van Noord-Amerika en Midden- en Zuid-Amerika; Zuid-Europa; Afrika; India, Zuidoost-Azië en Zuid-China, Japan; Nieuw-Guinea; Australië.

Utricularia gibba
Utricularia gibba. © H. Frey

Plant met zeer dunne stengels met verspreid staande fijn geveerde, sessiele bladeren, met een beperkt aantal, ruim uit elkaar staande bladslippen. De vangblaasjes staan op een kort steeltje dichtbij de stengel. Kleur frisgroen. Grotere planten kunnen een warrige indruk geven. Bloemen geel.

Hoogte tot 20 cm, breedte tot 12 mm.

Groeit probleemloos onder goede belichting. Houdt de stroming beperkt. Weliswaar een breekbare plant, dit lijkt vermeerdering als doel te hebben. Prima als afzetsubstraat en toevlucht voor jongbroed (natuurlijk ➛kweekrooster), de blaasjes zijn te klein om jongen te vangen.

Geschikt voor aquaria vanaf 10 liter.

Temperatuur: 18 tot 30° C

pH: 5-8   dH: 4-18   fH: 7-32   ppm: 70-300

In oudere literatuur te vinden als U. exoleta.

Moeilijkheid 2 (0-3)

graminifólia

Vahl 1804

Afkomstig uit India, Zuid-Oost Azië en China, zowel boven als onder water in moerasgebied.

Utricularia graminifolia
Utricularia graminifolia

Anders dan de Nederlandse soorten is dit een typische voorgrondplant die in een lage, zodevormende structuur groeit. De bladeren zijn grover en grasachtig, en hardgroen in plaats van helder transparant. Bloemen roze, lichtblauw tot donker paarsblauw.

Hoogte tot 40 mm, breedte tot 20 mm.

Wat lastiger planten die veel licht, plantenvoeding en CO₂ verlangen, liefst in wat zachter en licht zuur water. Bij goede omstandigheden kan de plant echter zeer snel groeien, als onkruid. Ook deze soort voedt zich met kleine organismen, maar kunnen door de minuscule vangblaasjes veilig in kweekbakken worden gebruikt. Op de lange termijn lastiger.

Ter vermeerdering kunnen de plantenzoden worden gedeeld door kleine stukken af te scheuren, knippen of snijden.

Geschikt voor aquaria vanaf 10 liter.

Temperatuur: 18 tot 25° C

pH: 6-7   dH: 0-12   fH: 0-21   ppm: 0-200

Margevuller