CentrolepisBereik van paginaCeratophyllales

Centrolépis

= met sporen op het schutblad.

Geslacht van moerasplanten met meer dan 25 soorten uit de familie van de ➛Restionaceae.

Kleine grassoorten uit droge gebieden in Zuidoost-Azië en Oceanië, sterk gelijkend op ➛Eriocaulon: de spitse, ronde bladeren groeien vanuit een rozet straalsgewijs in een halve bol. Wat oudere planten vormen vroeg of laat een tweede rozet, waardoor de plant kan worden gesplitst voor vermeerdering

De enige beperkte geschikte aquariumplant is C. drummondiana.

Moeilijkheid 2 (0-3)

drummondiána

Walpers 1849

Inheems in vooral zuidwestelijk Australië, met een enkele vindplaats in noordwestelijk Zuid-Australië..

Centrolepis drummondiana
Centrolepis drummondiana

Groeit als beschreven bij het geslacht. Bladeren groen, naar de basis verlopend van goudgeel naar helderrood, met een rood hart tot gevolg.

Hoogte tot 30 mm, breedte tot 6 cm.

Met enige moeite en de juiste waterwaarden is deze trage groeier permanent onder water te houden. Veel licht, CO₂ en een bodemvoeding met een flink aandeel ammonium zijn vereist. Houdt de KH zo laag mogelijk, DH is van minder belang. Oppassen met schaduw van andere, sneller groeiende planten. Wortelt sterk.

Geschikt voor aquaria vanaf 10 liter.

Temperatuur: 22 tot 26° C

pH: 6-7   dH: 0-18   fH: 0-32   ppm: 0-300   KH: 0-2

céphalus

= kop.

Squálius

Ceratophylláceae

= afgeleid van Ceratophyllum.

Familie met slechts één geslacht, ➛Ceratophyllum, uit de orde van de ➛Ceratophyllales.

Ceratophylláles

= afgeleid van Ceratophyllum.

Orde van slechts één familie, de ➛Ceratophyllaceae, uit de klasse van de ➛Spermatopsida. Na onderzoek bleken de Ceratophyllaceae niet zo nauw verwant aan de Nymphales als aanvankelijk gedacht en vallen nu onder de eigen orde.

Margevuller