Orgaan waarmee elektrische spanning kan worden opgewekt en als signalen buiten het lichaam kunnen worden afgegeven. Dergelijke organen komen slechts bij waterdieren voor, vooral vissen. Water geleid veel beter dan lucht.
Deze organen zijn rijkelijk voorzien van elektrocyten, lichaamscellen die een kleine spanning kunnen opwekken, vergelijkbaar met zenuwen. Met voldoende elektrocyten kan een flinke spanning worden opgebouwd. De organen zelf verschillen per diersoort van locatie, en kunnen zowel bij de staart als achter de ingewanden voorkomen. Meestal aan weerszijden van de ruggengraat één.
Vooral bij nachtelijk levende soorten zijn deze organen aan te treffen; ogen schieten bij lichtgebrek tekort. Elektrische organen bieden, in combinatie met ➛elektroreceptoren, een goed alternatief zintuig. De afgegeven signalen reflecteren tegen voorwerpen in de omgeving, waarna de receptoren het teruggekaatste waarnemen. Deze reflecties zijn subtiel genoeg om prooidieren, soortgenoten en voorwerpen te kunnen onderscheiden. Volgens onderzoek passen meerdere dieren in dezelfde omgeving hun frequentie aan om signaalverwarring te voorkomen.
Bij enkele soorten is het elektrisch orgaan sterk genoeg om een dier op korte afstand te verlammen, zoals de Zuid-Amerikaanse sidderaal, ➛Electrophorus electricus. Deze, afkomstig uit het ➛Amazonegebied, is daarvan het bekendste voorbeeld. Ook de Afrikaanse siddermeerval Malapterurus electricus is bij velen bekend.
Deze organen zijn aan te treffen bij aquariumvissen uit de volgende families:
Zintuigen om elektrische signalen mee waar te nemen. Deze worden door spieractiviteit opgewekt, en sommige vissen kunnen dit waarnemen. Dit is de passieve vorm. Komen deze signalen echter van de drager zelf, dan beschikt die tevens over één of meer ➛elektrische organen om de signalen zelf -actief - op te wekken.

De receptoren zijn in de regel te herkennen aan de kleine openingen, die zich als putjes op de kop bevinden.
Waterbies
Zeer uitgebreid geslacht van moerasplanten uit de familie van de ➛Cyperaceae. Het bevat ruim 250 soorten.
Soortenrijk geslacht met een wereldwijde verspreiding. De meeste soorten komen uit Zuid-Amerika, met name het ➛Amazonegebied. Ook in Nederland zijn 6 soorten te vinden.

Sterke planten die dichte matten vormen met hun sterk vertakkend ➛rizoom. Wat bladeren lijken, zijn feitelijk de stengels die de functie van bladeren hebben. Dat verklaart de vorming van een bloem aan het eind van elk, boven water. De blaadjes zelf zijn klein en omvatten de stengel aan de basis. Op elke knoop op het rizoom groeien rozetten van dergelijke stengels opwaarts. Aldus wordt vrij snel een veldje gevormd.
Mede hierom zijn enkele soorten erg populair geworden in ➛aquascaping, om snel de bodem van een groen tapijt te kunnen voorzien. Om dit proces te versnellen kan de wortelstok worden gedeeld in stukjes met een afzonderlijke spriet waaraan in ieder geval enkele wortels moeten zitten. Veel soorten zijn gevoelig voor hoge temperaturen.
Goed bruikbaar als natuurlijk ➛kweekrooster.

Naaldwaterbies
Inheems in Europa, Azië en Noord- en Zuid-Amerika, in klei-, zand- of leemgrond; soms ook ondergedoken. In Nederland en België algemeen, plaatselijk zeldzaam.
Hoogte tot 20 cm, breedte tot 15 cm.
Beschrijving als bij het geslacht. Kleine soort, die onder water de aangegeven lengte zelden haalt. De kleur kan variëren van licht tot donkergroen.
Redelijk goed houdbare soort. Een bodem van vuil zand volstaat, wel is veel licht van belang. Vatbaar voor vuil en ➛alg, goed schoonhouden is daarom van belang. De plantjes kunnen als gras worden kortgeknipt. Groeit beter bij lagere temperaturen.
Geschikt voor aquaria vanaf 10 liter.
Temperatuur: 10 tot 25° C