Waterpest
Klein geslacht van ➛waterplanten uit de familie van de ➛Hydrocharitaceae. Dit geslacht bevat 6 soorten.
Snel groeiende zoetwaterplanten. De doorzichtig donkergroene bladeren staan in kransen van drie blaadjes rond de breekbare stengel. De planten wortelen niet of nauwelijks en nemen hun voedingsstoffen rechtstreeks uit het water op. Enkele soorten waren voorheen enige tijd ondergebracht bij het geslacht Egeria, vanwege de kransen van vier of meer heldergroene blaadjes, die ook groter zijn en dichter op elkaar staan. Egeria wordt nu als een synoniem beschouwd
Alle soorten komen oorspronkelijk uit beide Amerika's, maar leven intussen verwilderd op vele plaatsen wereldwijd en zorgen soms voor verdringing van de oorspronkelijke ➛flora.

Brede waterpest
Inheems in Noord-Amerika en Canada, maar door uitzetten elders in het begin van de 19ᵉ eeuw inmiddels een ➛kosmopoliet. In Nederland en België is de plant algemeen en wordt de plant beschouwd als ingeburgerd.
Uiterlijk als beschreven bij het geslacht. Bladpunten stomp en fijn vertand.
Hoogte tot 3 m, breedte tot 30 mm.
Eén van de gemakkelijkst te houden planten, ook zeer geschikt voor onverwarmde aquaria, met of zonder kunstlicht. Ook prima bruikbaar tegen ➛algen. Groeit het best bij kamertemperatuur.
Temperatuur: 10 tot 25° C
pH: 6-8 dH: 4-30 fH: 7-53 ppm: 70-500
In Nederland komen alleen de vrouwelijke planten voor en vermeerdert de plant alleen vegetatief. E. occidentalis is een synoniem.

Braziliaanse waterpest
Inheems in Brazilië, Argentinië en Uruguay in Zuid-Amerika, maar door uitzetten is het ondertussen een ➛kosmopoliet.
Beschrijving als bij het geslacht. 4 tot 8 gepunte bladen per krans.
Hoogte tot 2,5 m, breedte tot 5 cm.
Bijzonder eenvoudig in de verzorging. Ook met weinig licht groeit de plant nog, wat de plant in de natuur erg succesvol maakt. Zeer geschikt om algengroei te remmen. Beneden de aangegeven ondertemperatuur groeit de plant niet meer, maar blijft leven.
Temperatuur: 15 tot 26° C
pH: 7-8 dH: 4-30 fH: 7-53 ppm: 70-500