LepidocephalichthysBereik van paginaLepidocephalichthys thermalis

Lepidocephalichthys

= vis als Lepidocephalus.

Geslacht van karpers met meer dan 20 soorten uit de familie van de ➛Cobitidae.

Modderkruipers met een langgerekt, bijna wormvormig lichaam. Wat betreft vorm en tekening doen ze meer denken aan bermpjes, maar dat is een andere, verwante familie (➛Nemacheilidae). Bij de kop is het lichaam in doorsnede rond tot hoog ovaal, naar de staart toe echter steeds sterker zijdelings afgeplat. De kleur is beige tot bruingeel, met een donkerbruine tekening van (stippel)lijnen over de lengte. De vinnen zijn merendeels transparant, met in rug- en staartvin in de regel meerdere dwarsstrepen. De stevige borst- en buikvinnen dienen als steun in rust. Vrouwen zijn meestal wat groter en voller in de buikstreek. Alle soorten beschikken over ➛darmademhaling, om zuurstofarme situaties te doorstaan. Ook zijn ze in staat droge perioden in de modderige bodem te overleven. Soorten zijn onderling lastig te onderscheiden.

In de natuur leven deze dieren over het algemeen in ondiep water met weinig stroming. Daar staan ze bekend als nachtdieren, maar in het aquarium zijn ze ook overdag actief.

Weinig eisende bodemvissen, die echter wel van zuurstofrijk water houden, dat ook géén chloor mag bevatten. Wat de overige waterwaarden betreft zijn ze niet erg kritisch. Houdt deze sociale dieren wel in een klein groepje van vijf dieren of meer. Voor het gezelschapsaquarium zijn de dieren prima geschikt, zolang voor niet te robuust of agressieve medebewoners wordt gekozen.

Typische carnivoren, enkel dierlijk voer wordt gegeten, zoals ➛rode muggenlarven, ➛haftnimfen, ➛wormen of ➛voedertabletten

Geen van de soorten is tot dusver tot kweken gebracht. Vermoed wordt dat deze seizoensgebonden is.

Moeilijkheid 1 (0-3)

bérdmorei

Blyth 1860

Wijd verspreid van de Brahmaputra en Manipur rivier in Bangladesh en India, de Irrawaddy, Sittaung en Salween in Myanmar, de Chao Phraya, Mae Klong en de Mekong in Thailand en Laos.

Lepidocephalichthys berdmorei
Lepidocephalichthys berdmorei. © ➛M. Suetrong

Aangegeven grootte is een maximum. 8 of 9 cm is meer gangbaar. Kleur licht geelbruin, met op de rug een dichte, fijne lichtbruine tekening, die naar het midden van de flank steeds meer duidelijker lijnvormen aan nemen. De middellijn bestaat uit grotere, min of meer ronde stippen, soms aan de bovenkant onderling door een lijn verbonden. Daaronder soms nog weer fijnere stippellijnen.

Lengte ♀ tot 12 cm, ♂ tot 11 cm.

Verzorging en gedrag als vermeld bij het geslacht.

Geschikt voor aquaria vanaf 100 liter.

Temperatuur: 20 tot 25° C

pH: 6-8   dH: 0-12   fH: 0-21   ppm: 0-200

Kopen: ok.

Moeilijkheid 1 (0-3)

thermális

Valenciennes 1846

Inheems op Sri Lanka en in zuidelijk India, waar de soort ook in warme bronnen voorkomt, waarnaar de naam verwijst.

Lepidocephalichthys thermalis
Lepidocephalichthys thermalis. © ➛G. Gowda

Vorm als aangegeven bij het geslacht. Kleur bruingeel. Vrouwen grijzer van tint, met wat grovere tekening, al kan dit per lokale variant verschillen. Tekening als bij L. berdmorei, maar met grote, brede vlekken bovenop de rug. Onder de middellijn vrij weinig tekening meer.

Lengte ♀ tot 5 cm, ♂ tot 45 mm.

Verzorging en gedrag als bij het geslacht beschreven.

Geschikt voor aquaria vanaf 40 liter.

Temperatuur: 20 tot 25° C

pH: 6-8   dH: 0-12   fH: 0-21   ppm: 0-200

Kopen: ok.

Margevuller