1. Onvruchtbaar, niet in staat tot ➛voortplanting;
2. Ontdaan van alle leven, zonder besmettingsgevaar; doel van ➛desinfecteren.
Midden- en Zuid-Amerikaanse mesalen uit de orde van de ➛Gymnotiformes. Het lichaam als geheel heeft een langgerekte druppelvorm, zijdelings sterk samengedrukt, het achterlichaam in een zeer lange en dunne sliert eindigend. Kop afgerond tot spits, maar altijd met een stompe snuit. Bek klein en eindstandig. Opvallend is de lange aarsvin, die loopt over twee derde van de buiklengte. Een rug- en staartvin ontbreken. Veel dieren zijn meer of minder doorschijnend. Bewoners van diep, snel stromend water. Zie ook de familiebeschrijving.
Enkel het geslacht Eigenmannia is bekend van één geschikte soort.
Karperzalmen
Familie binnen de orde van de ➛Characiformes, afkomstig uit Zuid-Amerika, voorheen te vinden in de familie van de ➛Characidae.
Vissen met een gemiddeld zeer slank en gestroomlijnd lichaam. De rugvin staat in de regel ver achterwaarts. Lees verder onder ➛karperzalmen voor een algemene beschrijving over gedrag, verzorging en kweek.
In onderstaande geslachten zijn goed houdbare, maar minder bekende vissen te vinden:
Acrobrycon, Boehlkea, Bryconamericus, Carlastyanax, ➛Corynopoma, Creagrutus, ➛Gephyrocharax, Knodus, ➛Mimagoniates, Pseudocorynopoma, Tyttobrycon en Tyttocharax.