Geslacht van mossen uit de familie van de ➛Hypnaceae, met meer dan 40 soorten.
Mossen waarvan enkele zich lenen voor permanente onderwatercultuur. Zeer geschikt voor het doen begroeien van voorwerpen die aan het oog moeten worden onttrokken. Ook geschikt als afzetsubstraat bij de kweek van vissen. Zie de familie voor meer details.

Taiwan mos
Inheems in zuidelijk Azië, maar wordt ook aangetroffen in het zuiden van de Verenigde Staten. De herkomst is hoe dan ook onduidelijk, zelfs of het uit Taiwan komt.
Hoogte tot 40 mm, breedte tot 2 mm.
Uiterlijk als vermeld bij de familie. Eén van de kleinere soorten, met kleine, nadrukkelijk driehoekige, geveerde takjes die enigszins neerhangen met regelmatig om en om staande zijtakjes.
Verzorging en vermeerdering als vermeld bij de familie.
Geschikt voor aquaria vanaf 10 liter.
Temperatuur: 20 tot 30° C

Algemeen in Zuid-Oost Azië. Te vinden onder het wateroppervlak en op vochtige plaatsen als rivieroevers, rotsen langs rivieren en beken. Vooral die delen waar rivieren tijdens moessons de oevers overstromen.
Hoogte tot 10 cm, breedte tot 2 mm.
Dit is één van de weinige echte watermossen in de familie, Heeft een minder dichte structuur, met lange takken waaraan eveneens lange zijtakken, gering in aantal en onregelmatig geplaatst. Het maakt een opener en ieliger indruk dan andere mossoorten. De langwerpig ovale blaadjes zijn frisgroen met een wat lichtere groeitop. Deze soort maakt boven water geen sporendoosjes. Hecht goed op stevig oppervlak.
De verzorging van deze soort is eenvoudig en zoals beschreven bij het geslacht. Vastgegroeid maakt de plant een minder rommelige indruk dan wanneer deze zwevend wordt gebruikt. Groeit trager dan andere soorten.
Geschikt voor aquaria vanaf 10 liter.
Temperatuur: 18 tot 30° C
KH: 4-0
Deze soort heeft in de aquariumwereld lang bekend gestaan als Javamos (➛Vesicularia dubyana), en zal dat nog wel lange tijd blijven doen. Ook de naam Glossadelphus zollingeri zal bij oudere hobbyisten bekend zijn.
Rondlopend in de aquariumwinkel en bladerend op internet lijkt aquariumhouden een hobby met een prijzige basis, waar je als serieus liefhebber niet onderuit komt. Vooral de technische mogelijkheden zijn in de loop der jaren flink toegenomen, met allerlei schijnbaar onmisbare voordelen. Denk daarbij aan filtermaterialen, waterbehandeling - ➛ontharding - en vooral ➛CO₂-bemesting. En met het voortschrijden van de technische mogelijkheden lijkt ook de noodzaak ervan groter te zijn geworden.
Buiten techniek zijn er ook methodieken die de liefhebber aardig aan de kosten en aan het werk kunnen houden, zoals de ➛Estimative Index, die veel water verbruikt en permanente plantenvoeding moet garanderen. Ook weer in combinatie met CO₂-bemesting.
Toch kan aquariumhouden nog steeds heel betaalbaar, met enkel de essentiële middelen. Óók als serieus liefhebber. De plantengroei is mogelijk minder uitbundig, evenals de helderheid van het water (dat overigens niet troebel zal zijn). Maar dat scheelt ook een hoop werk: minder snelle plantengroei vraagt minder snoeiwerk. Bovendien raakt de ➛voedingsbodem veel minder snel uitgeput. De basis achter deze methode is een oude bekende: ➛balans. Hierbij voorzien planten en dieren voor een belangrijk deel in elkaars behoeften. Met vooral snoeien van planten worden de overtollige voedingsstoffen van het voeren weer verwijderd.
Die mogelijkheid lijkt wat in de vergetelheid te zijn geraakt, maar vindt hier en daar weer enige, maar wel wetenschappelijk onderbouwde, weerklank. Het staat een weelderige plantengroei ook niet in de weg: ook in het verleden zijn huiskeuringen gewonnen met, volgens de huidige mogelijkheden, techniekarme aquaria.
Natuurlijk kent deze methode enkele beperkingen. Zeer kritische plantensoorten zijn niet altijd even houdbaar op deze wijze. Gebruik van echte ➛waterplanten is ten minste voor een deel aan te raden. En gebruik van een rijke voedingsbodem is min of meer onvermijdelijk.
Eén ding is in ieder geval duidelijk: techniek kán heel elementair: met ➛verlichting, ➛verwarming en beperkte ➛filtering.