ThelohaniaBereik van paginathermalis

Thelohánia

= naar Frans microbioloog Thelohan.

Porseleinziekte

Geslacht van parasitaire eencellige schimmels in de stam van de ➛Microsporidia. Hun ➛gastheren zijn ➛insecten en ➛kreeftachtigen.

De meest optredende soort in het aquarium is T. contejeani, bekend als veroorzaker van de porseleinziekte bij de laatste groep. Het vroegste verschijnsel is verlies van kleur, een weinig opvallend kenmerk. Duidelijker met het blote oog te zien is het vergevorderde stadium, als gezond, doorzichtig spierweefsel vanaf de kop troebel wit verkleurt. Dit gaat door tot in het ➛abdomen. Spieren verstarren, waardoor beweging onmogelijk wordt en het dier uiteindelijk sterft. De ziekte komt zowel bij garnalen, kreeften als krabben voor. Lijkt op ➛Myxosporea, maar niet het hele dier kleurt wit.

Behandeling met ➛malachietgroen in een vroeg stadium is in enkele gevallen effectief gebleken. Verwijder geïnfecteerde dieren snel.

De zoetwatersoorten binnen dit geslacht worden mogelijk geplaatst onder het nieuwe geslacht Astathelohania.

Theodoxus

= geschenk van God.

Geslacht van slakken met ruim 40 soorten uit de familie van de ➛Neritidae.

Kieuwslakken uit zoet en ➛brak water. Binnen de familie is dit geslacht uitzonderlijk vanwege hun voorkomen in gematigd gebied, waar de andere geslachten enkel in tropisch en subtropisch gebied voorkomen.

Huis hoornvormig, maar slechts weinig uitgetrokken, snel in wijdte toenemend. Lichaam met ovale voet, dit komt maar zeer beperkt onder het huis uit, enkel de tasters. Deze zijn vrij lang en spits. Soorten zijn door de variabele tekening onderling moeilijk te onderscheiden.

Niet moeilijk te houden slakken, die echter vooral kiezelwier eet. Zie de beschrijving bij de familie.

Moeilijkheid 1 (0-3)

fluviátilis

Linneaus 1758

Zoetwaterneriet

Te vinden in kalkrijk water in de gematigde gebieden van Europa en West-Azië, zuidwaarts tot in Iran. In Nederland en België vrij algemeen. Ook in Ierland en het Verenigd Koninkrijk inheems. In Afrika te vinden in Marokko en Algerije. Ontbreekt in Noorwegen en Siberië. Deze soort heeft binnen de familie de grootste verspreiding.

Theodoxus fluviatilis
Zoetwaternerieten in de Po, Italië. © ➛A.Pavesi

Tekening erg variabel, dankzij de wijde verspreiding. Dit heeft tot vele synoniemen geleid, en uiteindelijk tot meerdere erkende ondersoorten. Kleur vrij donker groenig bruin tot bruingelig of ivoorwit, met meestal een variabele donkerbruine zigzagtekening, fijn dan wel grof, of een meer of minder dichte tekening met druppelvormige of ronde openingen. Ook dwarslijnen kunnen voorkomen. Lichaam gelig lichtgrijs, met op de bovenzijde een zwartgrijze lijn- en stiptekening. Gemiddelde grootte 9 mm.

Lengte tot 13 mm.

Verzorging als bij de familie vermeld. Kleurverlies duidt op te zacht water. Deze soort laat zich nakweken en heeft voor het uitkomen van de eieren geen brak water nodig. De witte eipakketten bevatten tot 200 zeer kleine eieren. De eveneens kleine jongen kruipen in eerste instantie de bodem in en komen pas na enkele maanden weer in beeld.

Temperatuur: 10 tot 25° C

pH: 7-9   dH: 12-30   fH: 21-53   ppm: 200-500

thermális

= uit de warme bron.

Lepidocephalichthys

Margevuller