De lokale Afrikaanse benaming voor wat grotere ➛cichliden in het Oost-Afrikaanse ➛Malawimeer die leven nabij de open zandbodem tot aan de rotsige oever. Deze dieren leven dan ook in dieper water dan de ➛Mbuna. Veel roofvissen zijn er tussen te vinden.
Blaasjeskruid
Zeer omvangrijk geslacht van water- en moerasplanten uit de familie van de ➛Lentibulariaceae. Dit geslacht bevat ruim 200 soorten.

Aan de bladeren bevinden zich kleine blaasje met daarin een onderdruk. Zodra tasters bij de ingang worden aangeraakt opent een klep en zuigt het blaasje vol, liefst met prooi. Deze wordt in het blaasje vervolgens verteerd. Behalve ➛watervlooien en ➛cyclops worden ook ➛algen, ➛schimmels en andere, in het water zwevende organismen gevangen, mogelijk bewust in verband met voedingsstoffen.

Inheems langs de gematigde kusten van Noord-Amerika en Midden- en Zuid-Amerika; Zuid-Europa; Afrika; India, Zuidoost-Azië en Zuid-China, Japan; Nieuw-Guinea; Australië.
Plant met zeer dunne stengels met verspreid staande fijn geveerde, sessiele bladeren, met een beperkt aantal, ruim uit elkaar staande bladslippen. De vangblaasjes staan op een kort steeltje dichtbij de stengel. Kleur frisgroen. Grotere planten kunnen een warrige indruk geven. Bloemen geel.
Hoogte tot 20 cm, breedte tot 12 mm.
Groeit probleemloos onder goede belichting. Houdt de stroming beperkt. Weliswaar een breekbare plant, dit lijkt vermeerdering als doel te hebben. Prima als afzetsubstraat en toevlucht voor jongbroed (natuurlijk ➛kweekrooster), de blaasjes zijn te klein om jongen te vangen.
Geschikt voor aquaria vanaf 10 liter.
Temperatuur: 18 tot 30° C
pH: 5-8 dH: 4-18 fH: 7-32 ppm: 70-300
In oudere literatuur te vinden als U. exoleta.