Relatieve waarde die aangeeft in hoeverre de watersamenstelling overeenkomt met de behoeften van de dieren en planten die ervan afhankelijk zijn.
Lang is gedacht dat de behoeften van vissoorten uit verschillende gebieden zeer verschillend zijn. Om die reden werd het als ondenkbaar beschouwd bijvoorbeeld discusvissen (Zuid-Amerika, zacht, zuur water) bij Malawicichliden (Afrika, hard en alkalisch water) te plaatsen.
Toch blijkt uit herhaaldelijk wetenschappelijk onderzoek dat die waarden mogelijk van vrijwel geen belang zijn, en dat het vissenlichaam van volwassen vissen prima op kraanwater kunnen gedijen, mits ➛chloorvrij. Zolang de pH-waarde tussen 6,5 en 8 ligt, is er geen vis die daar moeilijkheden mee krijgt. De ➛waterhardheid is zo mogelijk van nog minder betekenis. Onderscheid tussen wildvang- en nakweekdieren wordt daarbij niet gemaakt. Daarmee is de term waterkwaliteit een minder relatieve waarde dan gedacht.
Jonge vissen - en mogelijk andere dieren - zijn echter wél gevoelig voor dergelijke afwijkingen. Dat geldt eveneens voor visseneieren. ➛Waterbereiding is daarom vooral voor de kweek van belang. Dit is mogelijk ook één van de redenen dat vissen migreren voor de paai.
Er zijn twee manieren om het bacteriegehalte in een aquarium omlaag te krijgen.
Onderverdeling van diepten waarop ➛organismen leven. Drie lagen worden in het water onderscheiden: oppervlakte, bodem (➛bentische zone) en de laag daartussen (open water of ➛pelagische zone), die in de regel de middenzone wordt genoemd.

De waterlaag vormt een wezenlijk onderdeel van de ➛habitat van een waterdier. Voor dieren die sterk daaraan zijn verbonden, is zwemmen in een andere laag een duidelijk teken van onbehagen.
➛Vissen hebben in de regel een aan hun waterlaag aangepast lichaam, zoals de vrijwel rechte buiklijn van bodemvissen, die hooguit bij kop of staart wat oploopt. De ogen van dergelijke vissen bevinden zich in de regel hoog op de kop. Vissen die nabij het oppervlak leven hebben daarentegen een rechte rúglijn. De borstvinnen hebben vaak een vleugelvorm, die het vanuit stilstand uit het water springen vergemakkelijkt, bijvoorbeeld om een prooi te pakken of een belager te ontlopen.