Anaerobe dissimilatieBereik van paginaAncistomus feldbergae

Anaerobe dissimilatie

Gisting

Het afbreken van ➛organische stoffen zonder gebruik van zuurstofgas. Waar voor ➛aerobe ➛bacteriën ➛zuurstof als gas noodzakelijk is, kan voor anaerobe bacteriën dit schadelijk of zelfs dodelijk zijn, bescherming daartegen is daarom nodig. Veel van deze bacteriën leven daarom in ➛biofilms, waar de schadelijke stoffen door andere soorten worden verwerkt en daardoor onschadelijk gemaakt.

De desondanks benodigde zuurstof onttrekken deze bacteriën aan andere stoffen die zuurstof als element bevatten. Denk aan nitraten (NO₃⁻), fosfaten (PO₄³⁻), sulfaten (SO₄²⁻) en aanverwante. De soms schadelijke bijproducten van die processen worden in de regel weer door andere soorten bacteriën verwerkt.

Wordt bij deze processen ➛ammoniak gevormd, dan is sprake van ammonificatie, beter bekend als rottingsprocessen.

anagalloídea

= vermoedelijk als Anagallis.

➛Cuphéa

anchísporus

= verwant kroost.

➛Puntígrus

Ancístomus

= samenvoeging van Ancistrus en Hypostomus.

Klein geslacht van meervallen uit de familie van de ➛Loricariidae. Het bevat 5 soorten.

Zuid-Amerikaanse bodemvissen met een langwerpig lichaam. Kop breed, naar de staart toe steeds smaller. Vrouwen zijn kort achter de kop zichtbaar breder in doorsnede, iets dat vooral goed van boven is te zien. Ronde, zuignapvormige bek met enkel op de zijkanten een korte baarddraad. Ogen hoog en redelijk ver naar voren. De achterste lichaamshelft is bij mannen geheel met kleine ➛odontoden bezet, evenals de voorste vinstraal van de borstvinnen.

Echte ➛herbivoren die vrijwel uitsluitend ➛plantaardig voedsel eten. In de natuur bestaat het voedsel vooral uit ➛algen. Goede alternatieven vormen courgettes, komkommer, gekneusde slabladen, etc. Ter afwisseling kunnen ➛rode muggenlarven of ➛wormen worden gegeven.

➛Holenbroeders, waarbij het hol bij voorkeur aan de achterzijde dicht is. De man verleid een vrouw tot de paring. Na de eiafzet wordt ze weer verjaagd, waarna de man vervolgens zeer fanatiek de broedzorg op zich neemt. Eieren komen na enkele dagen uit, de dooierzak geeft een vergelijkbaar aantal dagen voeding alvorens de jongen vrij zwemmen. Voeren kan met allerlei groenvoer of kunstmatig voedsel op plantaardige basis.

Moeilijkheid 2 (0-3)

feldbérgae

De Oliveira, Rapp Py-Daniel, Zuanon & Rocha 2012

Afkomstig uit de benedenloop van de Rio Xingu, vanaf Altamira richting de Amazone, waar de dieren ook in de benedenloop voorkomen.

Vorm volgens de geslachtsomschrijving. Kleur licht oranjebruin tot licht bruinig grijs met daarover, zowel op het lichaam als de vinnen, dicht opeen staande vlekken, op de kop kleiner dan achterwaarts. Buik nagenoeg wit. Vinnen soms meer oranje dan het lichaam, soms met een oranjebruine zoom; in dat geval ontbreken de vlekken grotendeels.

Lengte tot 20 cm.

Verzorging en gedrag als bij het geslacht beschreven. De kweek is nog niet gelukt.

Geschikt voor aquaria vanaf 300 liter.

Temperatuur: 24 tot 30° C

pH: 5-8   dH: 4-12   fH: 7-21   ppm: 70-200

Vóór het op naam brengen bekend onder de nummers L012, L013 en L424.

Kopen: ok.

Margevuller