Zeer uitgebreid geslacht van moerasplanten uit de familie van de ➛Lythraceae. Het bevat ten minste 250 soorten.
Moerasplanten met opgaande stengels en kruiswijs tegenoverstaande bladeren, afkomstig uit tropisch en subtropisch gebied in Noord- en Zuid-Amerika. Bekende sierplanten aldaar, slechts enkele soorten zijn geschikt voor permanente onderwatercultuur. Tot dusver wordt daarvan slechts één beperkt aangeboden.

Endemisch in het noorden en oosten van Brazilië. Te vinden in ondiep water aan rivier- en meeroevers, sloten.
Hoogte tot 20 cm, breedte tot 20 mm.
Kleine planten met lepelvormige sessiele groene bladeren, die nabij de top vlekkerig rood kleuren aan de bovenzijde. De bladeren zijn enigszins bobbelig tussen hoofdnerf en rand. De stengels zijn stevig.
Een moeilijke plant die bij veranderende omstandigheden al gauw verslijmt. Voor een mooie roodkleuring is veel licht en ijzerbemesting nodig. De plant profiteert ook van andere meststoffen en ➛CO₂. De plant wordt weinig aangeboden.
Geschikt voor aquaria vanaf 10 liter.
Temperatuur: 18 tot 28° C
Te vermeerderen door zijtakken af te nemen en te poten.
De plant wordt nogal eens als een Rotala of Bacopa soort aangezien.
Geslacht van karperzalmachtigen uit de familie van de ➛Curimatidae. Dit geslacht bevat ruim 10 soorten.
Grotere scholenvissen met een langwerpig en vrij hoog, zijdelings samengedrukt lichaam. De bek is afwijkend gevormd, wat de vissen in staat stelt ➛algen en ➛periphyton van hout en stenen te schrapen, en doet aan ➛Osphronemus denken. Zie verder de beschrijving bij de familie.
De meeste soorten zijn voorzien van zilvergrijze flanken met een donkergrijze rug, en worden voor het huiskameraquarium in de regel te groot. Eén uitzondering vormt C. vittata, met een aantrekkelijk patroon van kleuren en lijnen.

Afkomstig uit de Amazone rivier in Brazilië, Colombia en Peru, in traag stromend, dicht begroeid water.
Lengte tot 20 cm.
Vorm als beschreven bij het geslacht. Zilverachtige schubben met een goudbruine rug, over de flank een heldergele, scherp afgebakende streep. Op die rug ongeveer 10 smalle, afgeronde, soms onderbroken dwarsstrepen. Vinnen kleurloos, al kunnen de vinnen aan de buikzijde blauwwitte voorste vinstralen tonen. Vrouwen met een rondere buikpartij, mannen kleurrijker.
Levendige vissen die uitsluitend in een groep van zeker vijf dieren goed zijn te houden. Over de kweek is weinig bekend. De dieren trekken tijdens het regenseizoen in groepen naar geschikte paaigronden.
Geschikt voor aquaria vanaf 500 liter.
Temperatuur: 23 tot 27° C
Kopen: ok.