Monotypisch geslacht van moerasplanten uit de familie van de ➛Alismataceae. De enige soort is de rozetplant B. latifolia.

Gefragmenteerde verspreiding rond de Indische Oceaan. sub-Sahara Afrika oostwaarts tot Oeganda en van daar zuidwaarts tot in Mozambique en Botswana; in Azië van India tot en met Zuid-China, Vietnam en Java; Australië in het noordoosten.
Bladeren in een rozet, submers langgerekt lancetvormig met afgeronde top, lichtgroen. Boven water tot 70 cm hoog, bladeren breder lancetvormig, met een even lange, verbrede bladsteel. Kleur kan bij veel licht paarsbruin worden. Sap melkachtig.
Hoogte tot 50 cm, breedte tot 30 cm.
Als aquariumplant nog weinig bekend en gehouden. Onbekend is het effect van het melksap op aquariumdieren.
Geschikt voor aquaria vanaf 100 liter.
Temperatuur: 22 tot 28° C
De plant wordt zelden in de aquariumhandel aangeboden. Mogelijk biedt een tuincentrum meer kansen.
C
Klein geslacht van ➛waterplanten met 6 soorten uit de familie van de ➛Cabombaceae.
Stengels vormende planten welke van oorsprong in Noord-, Midden en Zuid-Amerika voorkomen, maar ondertussen wereldwijd op meer plaatsen zijn beland via de aquariumhobby.
De weinig vertakte stengels dragen ronde bladeren, welke kruis- of kransgewijs staan en meermalen diep ingesneden zijn tot meer of minder dunne bladslippen, afhankelijk van de soort. De vorm is zodanig variabel dat determinatie moeilijk is. Vóór de bloei ontstaan enkele drijfbladeren met een volkomen andere bladvorm: elliptisch, met de steel vanuit het midden. De kleine bloemen steken boven water uit en zijn tweeslachtig. Hun kleur is wit, geel, roze of lila.

Alhoewel populair in goudviskommen toch vrij tere planten die wat zorg vragen. Zo kunnen deze beter niet worden gecombineerd worden met grondelende of anderszins plantonvriendelijke vissen. Voorkom schommelende waterwaarden, de planten zijn er erg gevoelig voor. Veel licht is een voorwaarde, al zijn de planten gevoelig voor veralging. Wees ook beducht voor vervuiling door zweefvuil. Enige voeding doet de planten goed. Het betreft hier echte waterplanten, vloeibare voeding heeft daarom de voorkeur. ➛CO₂-bemesting is niet nodig, maar levert wel betere groei.
Vermeerderen is eenvoudig en kan door stukken stengel met minimaal twee knopen in de bodem te planten. Deze wortelen doorgaans snel en groeien weer uit tot volle bossen.

Afkomstig uit de noordelijke helft van Zuid-Amerika tot zuidelijk Brazilië, in rustig stromende zijrivieren en stilstaand water.
Vorm als vermeld bij het geslacht. De bladslippen van deze soort zijn zeer dun. Meerder varianten bestaan van de plant; populair is de rode vorm uit het noorden van Zuid-Amerika.
Hoogte tot 1,5 m, breedte tot 10 cm.
Verzorging en vermeerdering als bij het geslacht aangegeven. Erg gevoelig voor veralging. Zacht water met een lage ➛geleidbaarheid kan dit voorkomen.
Temperatuur: 18 tot 28° C
pH: 6-8 dH: 0-8 fH: 0-14 ppm: 0-130
Deze soort is niet winterhard en mag om die reden in Nederland worden verhandeld.