Omvangrijk geslacht van moerasplanten uit de familie van de ➛Araceae. Dit geslacht bevat ten minste 70 soorten.
De Cryptocorynen, ook wel crypto's of waterkelken genoemd, vormen een groot geslacht in de familie van de aronskelken, en een groot aantal zijn redelijk tot zeer geschikt voor de aquariumhouderij. Het vrij kleine verspreidingsgebied beslaat India, Sri Lanka en Zuid-Oost Azië.
Het betreft echte moerasplanten met een ➛rizoom, die sterk wortelen en goede bodemvoeding verlangen. Cryptocorynen groeien in een rozet van langgerekt eironde, lancet- of lintvormige bladeren, altijd met een punt. Deze kunnen erg variëren binnen de soort, met name emerse en submerse bladeren kunnen sterk verschillen, zowel in kleur, vorm als grootte. Typerend is ook de bloei van de planten, met een buisvormig schutblad (spatha) op een steel, waarin onderin een verbrede kamer (de ketel) met daarin de bloeikolf (spadix) die de feitelijke bloem vormt, en bij de opening bovenin een trompetvormige verwijding (de vlag) met een uitgetrokken, vaak verdraaide punt. De naar buiten gedraaide binnenkant ervan is vaak opvallend gekleurd.
Hoewel er enkele weinig eisende soorten zijn, hebben ze allemaal wel hun gevoeligheden. Eén algemene daaronder is hun gevoeligheid voor verplanten. Bij jonge planten meestal geen probleem, maar oudere planten hebben vaak veel tijd nodig om weer op gang te komen. In het ergste geval steekt de gevreesde verslijming de kop op: bladeren krijgen doorzichtige vlekken die snel groter worden, tot het hele blad is verdwenen. Dit verschijnsel kan zich al voordoen bij een ogenschijnlijk kleine verandering in de omgeving, zoals licht of watersamenstelling. Hoewel niet een cryptocoryne gerelateerde ziekte zijn ze er wel bovengemiddeld gevoelig voor. Jonge planten overleven dit meestal niet. Oudere planten herstellen zich weer vanuit het rizoom. Als de verslijming zich voordoet kunnen de planten beter een tijdje met rust worden gelaten, dan verschijnen er na verloop van tijd weer nieuwe scheuten.
Een ander fenomeen is hun veel vermelde voorkeur voor 'warme voeten', geen te koude ➛bodem dus. Het plaatsen van het aquarium op een stuk piepschuim is daarom aan te raden (dat is ook tegen ruitbreuk aan te bevelen). Als echte moerasplanten halen crypto's hun voeding vrijwel uitsluitend uit de bodem. Een goede ➛voedingsbodem of plaatselijk bijmesten is voor een goede groei zonder meer een vereiste. Deze bodemlaag kan ook maar beter wat dikker zijn, liefst meer dan vijf centimeter.
De planten vermeerderen zich vegetatief met een ondergronds rizoom, zodat zich na enige tijd een veldje gaat vormen Jonge planten daaraan kunnen worden losgemaakt zodra deze beginnen te wortelen. Ook kunnen van het rizoom stukjes worden afgesneden die aan het wateroppervlak drijvend na enige tijd tot een plantje uitgroeien.
Geslacht van labyrintvissen uit de familie van de ➛Anabantidae, met meer dan 10 soorten.
Hoge, cichlideachtige vissen uit Afrika met een ovaal rond tot langgerekt ovaal lichaam met een vrijwel gelijke rug- en buiklijn, zijdelings sterk afgeplat, en een vrij grote en spitse, driehoekige kop, met daarin een brede bek. Kieuwdekselranden getand, wat enig opletten vereist bij het uitvangen. Rug- en aarsvin zijn lang, met harde, scherpe stekels die verwondingen kunnen veroorzaken of netten beschadigen. De rugvin begint hoog op de rug, de staart is waaiervormig.
De vele synoniemen van de meeste soorten toont aan dat deze vaak moeilijk van elkaar zijn te onderscheiden. De schuimnest bouwende soorten zijn ondergebracht in het geslacht ➛Microctenopoma.
In de regel schuwe vissen die beperkt geschikt zijn voor andersoortig gezelschap. De dieren zijn nachtelijk levende rovers die vrij grote prooien met de ver uitstulpbare bek opzuigen en zich daarbij voordoen als een dood blad, zoals de ➛bladvis. Reden om al te kleine vissen er niet mee te combineren. De dieren houden van gedempt licht en hebben veel schuilplaatsen nodig tussen planten, hout of eventueel stenen. Alhoewel vallend onder de klimbaarzen, is het labyrint niet zo groot als bij het geslacht Anabas en klimmen deze vissen dientengevolge niet over land. Springen kunnen ze echter goed, dek het aquarium zorgvuldig af. Houdt daarbij echter wel rekening met hun noodzaak te ademen met hun labyrint, door minimaal 2 à 3 cm ruimte boven het water vrij te houden. De afdekking houdt ook de lucht boven het water op een wat hogere temperatuur, wat gunstig is, zeker voor jonge dieren. In gevangenschap kunnen sommige soorten tot 30 jaar oud worden.
Ondanks dat het hier roofvissen betreft, hoeft niet met levende vis te worden gevoerd en kan worden volstaan met grover dierlijk voer als stukken (ongezouten) vis, mossel of garnaal, kleine regenwormen, ➛Acilius larven. Ook kleiner voer als ➛muggenlarven en ➛mysis worden gegeten, ook diepgevroren, en enkele soorten accepteren ➛droogvoer. Vermijd vlees van landdieren en vogels, dit kan lijden tot problemen met de spijsvertering (➛bloat)
Weinig soorten zijn nagekweekt. Van belang is een goed kweekkoppel, de kans op vorming daarvan kan worden vergroot door een groep jonge dieren samen te laten opgroeien. Neem een ruime kweekbak, die goed van planten is voorzien. Tijdens de paring vindt de omhelzing plaats, die typerend is voor vele labyrintvissen. Zeer productieve vissen die of ineens, of verspreid over enkele weken tot vele duizenden eieren afzetten, welke naar het oppervlak stijgen door hun oliegehalte. Broedzorg ontbreekt, ouders kunnen na het afzetten worden verwijderd. Na 2 dagen komen de eieren uit, de jongen kunnen met het allerkleinste ➛jongbroedvoer worden gevoerd zodra deze vrij zwemmen. Na 2 dagen kan op ➛Artemia worden overgegaan.