Proces van geleidelijke verandering van ➛organismen door overerven van eigenschappen als gevolg van ➛natuurlijke selectie.
Dieren die beter aan hun leefsituatie zijn aangepast hebben een betere kans te overleven. Dat vergroot de kans dat ze via hun kinderen deze aanpassingen doorgeven.
De evolutietheorie berust op het idee dat de gehele huidige natuur voortkomt uit slechts enkele organismen. Zie ook ➛genetica.
Een exoot is een niet inheems ➛organisme. De aanwezigheid van een exoot wordt ➛faunavervalsing genoemd. Meestal in een nieuw gebied gekomen door menselijk handelen, al vinden organismen ook via natuurlijke weg toegang tot een nieuw gebied.

Exoten kunnen serieuze gevolgen hebben, doordat ze concurreren met inheemse organismen en floreren door gebrek aan oorspronkelijke natuurlijke vijanden. Gaat ze dit gemakkelijk af, dan kan dat de nekslag voor een kwetsbare soort zijn. Vermijd daarom het uitzetten van uitheemse planten en dieren in de natuur, ook niet uit oogpunt van plant- of diervriendelijkheid.