Bescheiden geslacht van moerasplanten uit de familie van de ➛Mayacaceae. Het bevat 6 soorten.
Klein geslacht van moerasplanten met soorten van oostelijk Noord-Amerika tot in Argentinië, op de Caraïben, en één soort in Centraal-Afrika.
Alle planten met opgaande stengels en fijne, groene, smal lijnvormige bladeren die daar spiraalsgewijs omheen staan, dicht op elkaar. Het geeft de planten een mosachtig uiterlijk.
Niet al te veel eisende snelle groeiers, die maar weinig worden aangeboden. Veel licht is echter geboden, een redelijk voedingsrijke omgeving en ➛CO₂ doen de planten zichtbaar goed. Plant de stengels niet in groepjes, maar afzonderlijk, om afsterven van de onderste bladeren te voorkomen.

Oorspronkelijk afkomstig uit Brazilië, maar tegenwoordig ook te vinden in Midden- en zuidelijk Noord-Amerika.
Hoogte tot 60 cm, breedte tot 30 mm.
Groeiwijze als bij het geslacht. De uiteinden van de blaadjes staan enigszins omlaag gericht, in tegenstelling tot de M. madida.
Geschikt voor aquaria vanaf 40 liter.
Temperatuur: 20 tot 28° C
KH: 0-6

Inheems in Zuid-Amerika met noordelijk Argentinië als zuidgrens.
Hoogte tot 40 cm, breedte tot 35 mm.
Groeiwijze als vermeld bij het geslacht. Zeer fijne, draaddunne blaadjes die aan ➛Rotala wallichii doen denken.
Geschikt voor aquaria vanaf 40 liter.
Temperatuur: 20 tot 28° C
Wordt voornamelijk onder het synoniem M. sellowiana aangeboden.