NanochromisBereik van paginaNanochromis transvestitus

Nanochromis

= kleine cichlide.

Bescheiden geslacht van cichliden uit de familie van de ➛Cichlidae, met 8 soorten.

Kleine cichliden, afkomstig uit meren of snelstromende delen van de Congo rivier in Centraal-Afrika. Lichaam langwerpig, matig hoog afgeplat. Rugvin lang, met een lang hardstralig voorste deel en een kort weekstralig daar achter. De aarsvin is een kortere variant daarop. Staartvin rond waaiervormig. Mannen zijn over het algemeen kleurrijker en met puntige rug-, aars- en buikvinnen. Vrouwen met een rondere buikpartij. In het broedseizoen wordt dit zeker duidelijk, evenals de goed zichtbare genitaalpapil.

Minder eenvoudig te houden dieren dan de vergelijkbare soorten uit het geslacht ➛Pelvicachromis, vooral wat betreft de kweek. Betrekkelijk vreedzame dieren, al kunnen mannen onderling wel enige agressiviteit tonen. Zowel in een groep of als paar te houden, in het eerste geval is voldoende schuilgelegenheid een vereiste. Daarin kunnen planten en decoratiemateriaal voorzien. Voldoende ruimte is eveneens van belang. Gedempt licht biedt veiligheid, hiervoor kunnen bijvoorbeeld drijfplanten of -bladeren worden gebruikt.

Omnivoren die een mix van zowel ➛dierlijk als ➛plantaardig voer verlangen. Dat kan zowel levend, diepvries- als droogvoer zijn.

➛Holenbroeders. Beide ouders doen aan broedzorg, waarbij de vrouw de eieren verzorgt, terwijl de man het territorium bewaakt. Jongen kunnen met Artemia of ➛jongbroedvoer van vergelijkbare grootte worden gevoerd.

In de loop der jaren is dit geslacht bevolkt geweest met vele soorten, maar vele zijn door hertaxering ondergebracht bij Congochromis, ➛Limbochromis en Parananochromis.

Moeilijkheid 2 (0-3)

párilus

Roberts & Stewart 1976

Rheofiele soort, te vinden in het stroomgebied van de benedenloop van de Congo rivier in de Democratische Republiek Congo, in snel stromend water.

Nanochromis parilus
Nanochromis parilus. © ➛C.K. Yeo

Lengte ♀ tot 7,2 cm, ♂ tot 8,5 cm.

Vorm als bij de geslachtsbeschrijving. Kleur afhankelijk van de herkomst, er bestaan lokale variaties. olijfgroene tot bruinige rug, naar de buik meer zilverwit. De schubranden zijn lichter van kleur, met een nettekening tot gevolg. Kieuwdeksels ijsblauw, soms een dergelijk grote vlek achter de borstvinnen. Dit gaat dan gepaard met een roze zone daarachter, nabij de buiklijn. De onderste helft van de staartvin is dan zonder tekening, de rugvin met een krachtige zwart met witte zoom. Ook minder kleurrijke exemplaren bestaan, met dwarsstrepen in de onderste staartvinhelft, zonder rugvinzoom. Beide varianten hebben geel met zwarte lengtestrepen in de bovenste staartvinhelft. Ogen met een rode rand aan de bovenzijde.

De naam verwijst naar het lastige geslachtsonderscheid, voor zover de kleuren aangaat. Vrouwen zijn behalve wat kleiner ook wat ronder rond de buik.

Verzorging, gedrag en kweek als bij het geslacht omschreven. Deze wordt als lastig ervaren. ➛Zacht water is nodig. De pH speelt geen rol. Eieren komen na uiterlijk 3 dagen uit; jongen zwemmen na nog eens een kleine week vrij rond.

Geschikt voor aquaria vanaf 70 liter.

Temperatuur: 22 tot 25° C

Kopen: ok.

Moeilijkheid 3 (0-3)

transvéstitus

Stewart & Roberts 1984

Endemisch in het Mai-Ndombe ('zwart water') meer, onderdeel van het stroomgebied van de Congo, in het westen van de Democratische Republiek Congo. Te vinden langs begroeide oevers op ongeveer een meter diepte. Stevige stroming wordt vermeden.

Nanochromis transvestitus
Nanochromis transvestitus. © ➛F. Ingemann Hansen

Lengte ♀ tot 45 mm, ♂ tot 6,5 cm.

Vorm volgens de geslachtsbeschrijving. Rug licht geelwit gekleurd, waarover 7 dwarsbanden. Deze verdwijnen bij vrouwen in de zwartgrijze onderste helft of zijn in het geheel niet te zien. Op en achter de buik een grote, roze vlek. Merkwaardig genoeg zijn mannen bij deze soort veel vlakker van kleur (naam!), met half donker, half licht getinte schubben. Op deze nettekening zijn de dwarsbanden, afhankelijk van de stemming, beter te zien. De dwarsbanden lopen door in de lange rugvin. De weke delen van rug- en aarsvin zijn, evenals de staartvin, getekend met zwarte met witte dwarsbanden.

Verzorging, gedrag en kweek als bij het geslacht vermeld. Géén beginnersvissen. De kweek vereist een passend ➛kweekkoppel en ➛zacht en zuur water. De balts is een bijzonder schouwspel. Tot ongeveer 60 eieren worden afgezet. Deze komen na ongeveer 4 dagen uit en zwemmen ongeveer een week later rond.

Geschikt voor aquaria vanaf 70 liter.

Temperatuur: 24 tot 30° C

Een bedreigde soort, beperk de aankoop bij voorkeur tot nakweek.

Margevuller