Klein geslacht van meervallen uit de familie van de ➛Schilbeidae. Het bevat 5 soorten.
Glasmeervallen uit Afrika, zie voor uiterlijke kenmerken de uitgebreidere familiebeschrijving. Kenmerkend aan dit geslacht is de ontbrekende rugvin, terwijl een vetvin wel aanwezig is, voorzien van een korte stekel. Op de mondhoeken bevindt zich een enkel paar vrij lange baarddraden.
Typische scholenvissen die het beste met zes of meer dieren bijeen worden gehouden; een enkel exemplaar zal zich afzonderen of juist agressiviteit tonen. Mogelijk stopt deze met eten. De dieren staan graag in de stroming, zorg daarom voor open ruimte met een stevige pomp. Beplanting is echter van belang voor schuilgelegenheid.
Niet moeilijk en eten alle levend, diepvries- en droogvoer, zolang dat niet te groot is voor hun vrij kleine bek.
Geen van de soorten is tot dusver nagekweekt.

Wijd verspreid in sub-Sahara Afrika, van Senegal tot in het Tsjaadmeer en de Witte Nijl in Zuid-Soedan. Te vinden in diep, gestaag stromend water.
Uiterlijk als aangegeven bij de familie. Dit is de grootste soort binnen het geslacht. Kenmerkend is de zwarte lengtestreep vanaf het voorhoofd tot in de bovenste staartvinlob.
Lengte tot 15 cm.
Verzorging en gedrag als aangegeven bij geslacht en familie.
Geschikt voor aquaria vanaf 200 liter.
Temperatuur: 25 tot 28° C
pH: 6-7 dH: 8-12 fH: 14-21 ppm: 130-200
Kopen: ok.
Klein geslacht van grondels uit de familie van de ➛Akysidae. Dit geslacht bevat 6 soorten.
Kleine grondels afkomstig van het Maleisisch schiereiland, Sumatra, Java en Borneo. De vissen bewonen kleine bosbeken aan de kust en hebben een voorkeur voor wat lagere temperaturen.
De vissen onderscheiden zich van Akysis door onder andere langere baarddraden, een andere tandbezetting, een ontbrekende zijlijn en een nauwelijks waarneembare vetvinrand. Evenals deze betreft het slanke vissen met een brede kop met een eindstandige, brede bek, waarvan de bovenlip is gepunt en sluit op een inkeping in de onderlip. Het geslachtsonderscheid is moeilijk; volwassen vrouwen zijn wat voller dan mannen.
Als bewoners van bergbeken verlangen de dieren naar niet te hoge temperatuur tussen de 19 en 23°, al worden hogere temperaturen verdragen. Voorwaarde is in alle gevallen zuurstofrijk en helder water. Een grindbodem van een fijn soort met rolkeien van verschillend formaat benadert hun omgeving.
Als voedsel kan allerlei levend en diepvriesvoer van geschikt formaat dienen, droogvoer wordt doorgaans geweigerd.
Een nadere beschrijving is te vinden bij de familie.

Afkomstig uit Maleisië en van de Riau eilanden in Zuid-Oost Azië.
Uiterlijk als bij het geslacht omschreven. Op de beige grondkleur ligt een bruine marmertekening, welke alleen op de rugvin ver doorloopt. Naar de staart toe is meer van de grondkleur te zien.
Lengte tot 32 mm.
Verzorging en gedrag als aangegeven bij het geslacht.
Over de kweek zijn geen gegevens, maar verloopt vermoedelijk eender als bij ➛Akysis vespa.
Geschikt voor aquaria vanaf 60 liter.
Temperatuur: 22 tot 26° C
pH: 6-7 dH: 0-8 fH: 0-14 ppm: 0-130
De soort is kwetsbaar en neemt in aantal af.
Kopen: nee.