Roodwieren
Stam van meestal rood gekleurde ➛algen met ruim 5000 soorten die voornamelijk, evenals bruinwieren of ➛Phaeophyceae, in zee voorkomen. Een beperkt aantal komt in zoet water voor.
Evenals groenwieren (Chlorophyta) zijn roodwieren ➛autotroof, maar bevatten rhodoplasten, die voor het merendeel de rode kleurstof fycoërytrine bevatten, wat zelfs op grote diepte nog tot ➛fotosynthese in staat is. Ook andere kleurstoffen komen voor, reden dat roodwieren niet per definitie rood van kleur zijn.
De voortplanting is nog wat ingewikkelder dan bij varens en mossen, met een derde tussenstadium.
In het aquarium zijn enkele hardnekkige vertegenwoordigers uit deze groep bekend; de weinig algemene, geweivormige ➛staghorn en de beruchte, kwastvormige ➛penseelalg, de in Nederland ook vaak met baardalg aangeduide groep. Ook ➛nori, het eetbare zeewier dat vooral in Japan veel wordt gegeten, is een roodwier.
Riviergrondels
Kleine familie van grondels uit de orde van de ➛Gobiiformes. Afkomstig uit snel stromende kustrivieren in oostelijk Azië en Oceanië, met drie soorten in twee geslachten. Over deze vissen is maar weinig bekend, maar wel dat deze een ➛amfidrome levenscyclus doorlopen.
Slechts één soort uit het geslacht Rhyacichthys wordt een zeldzame keer in een aquarium gehouden.
Snavelbies
Zeer omvangrijk geslacht van moerasplanten met meer dan 300 soorten uit de familie van de ➛Cyperaceae.
Kosmopolitisch voorkomende cypergrassen. Ook in Nederland en België komen enkele soorten voor, zoals de witte en bruine snavelbies. Stengels vormende planten met een ondergronds ➛rizoom, waaruit dicht opeen staande ➛uitlopers groeien.
Voor aquariumgebruik komt slechts één soort in aanmerking.

Inheems in het noorden van Zuid-Amerika, van Suriname tot in Colombia, noordwestwaarts tot in Costa Rica, Midden-Amerika. Altijd in drassig gebied dat geregeld onder water staat.
Groeit als beschreven bij het geslacht. Lichtgroen, wat doorschijnend blad, dat onder veel ➛licht roodbruin kleurt. Bladeren lang, lintvormig en spits, neerwaarts omkrullend aan een lange opgaande steel.
Lengte tot 60 cm.
Een snelle groeier, geschikt voor een bodem van vuil zand. Voorwaarde is wel dat voldoende licht, vloeibare ➛plantenvoeding en ➛CO₂ aanwezig zijn. Bij lichtgebrek vallen de onderste bladeren af. Veel licht is aan te bevelen.
Eenvoudig te vermeerderen door te stekken.
Geschikt voor aquaria vanaf 40 liter.
Temperatuur: 25 tot 35° C
pH: 4-6 dH: 0-8 fH: 0-14 ppm: 0-130
In de handel niet verkrijgbaar, waarschijnlijk ook niet in een tuincentrum. Mogelijk via internet.