Klein geslacht van waterplanten uit de familie van de ➛Ruppiaceae. Dit geslacht bevat 10 soorten.
Brakwaterplanten met een kosmopolitische verspreiding, maar ontbreken op de polen en in de tropen. Deze groene planten groeien in riviermondingen en andere zilte plekken nabij kusten. Echte waterplanten met een ➛rizoom, waaruit opgaande, grasachtige stengels met regelmatige, korte vertakkingen groeien, aldus matten op de bodem vormend. De draaddunne bladeren staan meestal verspreid, soms tegenoverstaand, nabij bloemhoofden in kransen. Slechts één nerf is aanwezig. Bloemen op stelen, met enkele bij elkaar, gezamenlijk op een, soms spiraalvormig ingetrokken, bloeistengel. De meeste soorten zijn eenjarig.

Snavelruppia
Kosmopolitische plant, in Nederland langs de kust van Zeeland en de waddeneilanden zeldzaam, in Vlaanderen zeer zeldzaam. Ontbreekt in Wallonië. Zonnige plaatsen in helder, vrij voedselarm water. De plant komt een enkele keer voor in zout water.
Lengte tot 45 cm.
Groei als bij het geslacht beschreven, met heldergroene bladeren, tot acht centimeter lengte.
Overblijvende plant waar weinig ervaring mee is. Zoutgehalte tussen de 10 en 30%. Groeit moeilijk in geheel zoet water. Stroming is aan te bevelen, stilstaand water levert eveneens groeiproblemen. Vermeerdert eenvoudig door stekken.
Geschikt voor aquaria vanaf 40 liter.
Temperatuur: 10 tot 25° C
Een monotypische familie van brakwaterplanten uit de orde van de ➛Alismatales, die voor aquariumliefhebbers van zeer beperkt belang is. Het enige geslacht is ➛Ruppia.