Geslacht van karpers uit de familie van de ➛Cyprinidae. Dit geslacht bevat ruim 10 soorten.
Grotere barbelen uit snel stromend water, verspreid over tropisch Azië, die lang onder het geslacht ➛Barbus en ➛Puntius vielen.
Slanke, sterk gebouwde vissen met een wat hogere rug. Schubben groot. De buik is vlakker, wat wijst op een voorkeur voor de onderste waterlagen. Ook de laag geplaatste eindstandige bek wijst hierop.
De zelden aangeboden soorten worden voor het gemiddelde huiskameraquarium al snel te groot, maar enkele zijn in aquaria vanaf 500 liter goed houdbaar. Houdt deze ➛scholenvissen bij voorkeur in een groep van minimaal zes dieren. Stevige ➛stroming is voor deze vissen aan te bevelen, gecombineerd met een grindbodem met rolstenen.
Sommige soorten zijn gekweekt, eiafzetting vindt in de regel 's ochtends plaats. De kweek is op gang te brengen met een ➛waterwissel van 30%. Zeer productieve, vrijleggende eierrovers, verwijder daarom de ouders na afzetten, of gebruik een kweekrooster. Na 2 à 3 dagen komen de eieren uit, waarna de jongen nog tot 4 dagen op hun dooierzak teren. Daarna kan met ➛Artemia naupliën worden gevoerd. Voor de kweek is een ruime kweekbak van meerdere honderden liters nodig. Dit maakt de kweek onaantrekkelijk: wat te doen met mogelijk honderden, moeilijk verkoopbare jongen?

Endemisch op Sri Lanka, in het stroomgebied van onder andere de Sitawaka rivier aan de westkant van het eiland in snel stromend, helder water in grote scholen.
Lengte tot 17 cm.
Uiterlijk als vermeld bij het geslacht. De gemiddelde lengte bedraagt ongeveer 10 cm. Grondkleur goudgeel met een zwarte vlek aan de basis van elke schub, wat een regelmatig patroon geeft. Op de staartwortel een grote zwarte vlek. De buitenste staartvinstralen zijn helderrood.
Verzorging, gedrag en kweek als aangegeven bij het geslacht. Warmtebehoeftig.
Geschikt voor aquaria vanaf 800 liter.
Temperatuur: 25 tot 30° C
De soort is ernstig bedreigd.
Kopen: nee.

Wijd verspreid over noordelijk India en Zuidoost-Azië tot en met de Java, Sumatra en Borneo, in brede rivieren met sterke stroming.
Lengte tot 25 cm.
Groenig zilvergrijs lichaam, met een kleine zwarte dwarsstreep op de basis van elke schub. roodoranje vlekken op de lippen, ogen en kieuwdeksels. De vinnen hebben eveneens roodoranje randen. Mannen intenser gekleurd en tijdens de balts zichtbare knobbeltjes op de kop.
Verzorging en gedrag als vermeld bij het geslacht.
Geschikt voor aquaria vanaf 800 liter.
Temperatuur: 18 tot 26° C
De kweek heeft in aquaria nog niet plaats gevonden, maar verloopt vermoedelijk als bij de geslachtsbeschrijving.
Van deze zelden aangeboden vissen zijn nog geen IUCN gegevens.