AmmonificatieBereik van paginaAmoeben

Ammonificatie, rotting

Ammonificatie is de omzetting van eiwitrijk ➛organisch afval in vooral ➛ammoniak (NH₃) door ➛bacteriën, in de volksmond beter bekend als rotting. Dit is een belangrijk proces in de ➛stikstofkringloop, dat zuurstofloos verloopt. Ook het zeer giftige ➛H₂S komt daarbij vaak vrij.

In het aquarium is intensieve rotting, zoals een dood dier of verstopt filter, beter zo snel mogelijk op te ruimen, omdat in de beperkte ruimte de concentratie van het voor dieren giftige ammoniak te snel oploopt. Het is daarom voor het goed blijven draaien van een aquarium van belang rottingshaarden snel te verwijderen, zoals een dode vis of garnaal, of ➛bodemrot.

Bedenk daarbij echter wel dat ammoniak als stikstofbron ook door veel aquariumplanten wordt opgenomen. Rotting is met een florerend plantenbestand daarom veel minder een probleem dan in een vrijwel onbeplant cichlidenaquarium, eerder een essentiële bron van voeding. Restjes voedsel en bodemafval worden, behalve door bacteriën en schimmels, ook door garnalen en slakken verder verteerd, en kunnen voor planten weer een bron van ➛koolstof zijn, deels in de vorm van ➛kooldioxide.

Ammonium

NH₄⁺

Stof die in een zurig milieu ontstaat uit ➛ammoniak en ➛H⁺, en vormt, opgelost in water, zelf en zwak zuur. In tegenstelling tot ammoniak is ammonium tot vrij hoge concentraties onschadelijk voor dieren, en voor planten bruikbaar als ➛plantenvoeding. ➛Waterplanten nemen ammonium bij voorkeur via de bladeren op, en liever dan ➛nitriet en ➛nitraat. Voor die laatste is bovendien licht nodig en lijkt meer energie te kosten.

Ammonium is tevens een belangrijke voedingsbron voor ➛algenbloei.

Amoebazóa

= dieren zonder vorm.

Stam van één- of meercellige ➛organismen uit de groep van de Amorphea, met een sterk plooibare celwand of ectoplasma, die zich door vervorming voortbewegen. Vaak wordt deze groep nog tot de verouderde term ➛Protozoa gerekend.

Amoebazoa
Amoebe, sterk vergroot. © H. Frey

De grootte van ➛eencellige amoeben varieert van enkele tientallen µm tot bijna een millimeter, meercellige kunnen meerdere vierkante meters groot zijn. Tijdens de voortbeweging stulpt de celwand uit, aldus een schijnvoet of pseudopodium vormend, waarna daarin de celinhoud (het endoplasma) vloeit. De meeste amoeben zijn naakt, andere voorzien van minuscule schubben of ontwikkelen schelpen.

Om voedsel te bemachtigen, plooit de amoebe daar omheen en vormt een inwendige vacuole, waarin dit wordt verteerd. Voedsel bestaat onder meer uit andere eencelligen, ➛algen, ➛bacteriën en ➛detritus.

Amoeben

➛Amoebazoa
Margevuller