ClownmodderkruiperBereik van paginacochliodon

Clownmodderkruiper

Chromobotia macracanthus

Cnidária

= als brandnetel.

Neteldieren

Stam van ➛ongewervelde waterdieren uit vooral zeewater, maar ook een groep die in zoet water voorkomt. Bekende neteldieren zijn poliepen, kwallen en anemonen. Kenmerkend bij deze dieren is de aanwezigheid van netelcellen of nematocysten, Ingestulpte ➛cellen met een lange, opgerolde zweephaar met aan het uiteinde een scherpe doorn. Bij aanraken zwiept deze naar buiten en spuit verlammend gif in, indien dat wat de cel aanraakte zich daar nog bevindt. Zowel in gebruik voor het vangen van prooien als het verjagen van belagers. Bekende neteldieren die in het aquarium kunnen worden aangetroffen zijn onder andere uit het geslacht ➛Hydra en de parasieten uit de klasse van de ➛Myxosporea.

Nog vaak wordt de verouderde term 'holtedieren' gebruikt, maar daarbinnen vielen ook andere categorieën dieren.

Cobítidae

= afgeleid van Cobitis.

Modderkruipers

Familie van bodemvissen uit de orde van de ➛Cypriniformes.

Doorgaans vrij langgerekte en slanke vissen met een min of meer vlakke buiklijn, een gewelfde rug en een onderstandige bek. Als karperachtigen zijn deze voorzien van één of meer paren ➛baarddraden. Veel geslachten hebben onder het oog een uitzetbare stekel voor verdediging. Sommige soorten beschikken over ➛darmademhaling. recentelijk zijn de dieren uit het geslacht ➛Botia opgesplitst en in een eigen familie, de ➛Botiidae, ondergebracht.

Geschikte modderkruipers voor het aquarium komen voor in de geslachten ➛Acantopsis, Cobitis, Kottelatlimia, ➛Lepidocephalichthys, Lepidocephalus, Misgurnus en ➛Pangio.

cócama

= naar de Peruaanse Cocama-Cocamilla indianenstam.

Otocínclus

cóccina

= vuurrood.

Bétta

cochlíodon

= met lepelvormige tanden.

Panáque

Margevuller