
Bescheiden geslacht van cichliden uit de familie van de ➛Cichlidae. Het bevat 2 soorten.
Beide soorten zijn bijna identiek, en veel agressiever dan waar acara's over het algemeen mee geassocieerd worden. Het zijn echter geen roofvissen.
Afkomstig uit Zuid-Amerika, voorheen ondergebracht bij ➛Nannacara. Langgerekte, vrij hoge dieren met een zijdelings samengedrukt lichaam. Rug- en buiklijn lopen min of meer parallel. De kop is vrijwel halfrond, enkel bij de betrekkelijk kleine bek, net onder het midden, stulpt deze iets uit. De lange rugvin bestaat uit een lang deel met harde en een korter deel met weke vinstralen. Ook de kortere aarsvin heeft een dergelijke indeling, echter met slechts enkele harde vinstralen. De staartvin is afgerond waaiervormig. Mannen zijn het makkelijkst te herkennen aan de lange, spitse punten aan rug- en aarsvin.
Ondanks de onderlinge agressie goed met andere vissen samen te houden. Deze vorm van afleiding heeft ook een gunstige invloed op het onderlinge gekibbel. Kies echter voor niet te kleine, levendige soorten die niet gauw onder de indruk zijn. Zorg voor voldoende schuilplaatsen voor dekking met behulp van hout en stenen. Ook beplanting kan daarvoor zorgen. In de natuur leven de vissen van detritus, herfstbladeren op de bodem zijn daarom een geschikte aanvulling.

Endemisch in de middenloop van de zwart waterrivier Rio Negro in noordwestelijk Brazilië. Vindplaatsen zijn rijk voorzien van hout- en bladafval, en blootgespoelde boomwortels.
Lengte tot 13 cm.
Zie de geslachtsbeschrijving voor verzorging en gedrag.
Geschikt voor aquaria vanaf 300 liter.
Temperatuur: 22 tot 28° C
Moeilijk te kweken dieren die dat enkel in zeer zacht, zurig water doen. Ook is een goed passend ➛kweekkoppel vereist. Tot 350 eieren worden afgezet op een platte steen. Beide ouders doen aan broedzorg, die nog tot enkele maanden na het uitkomen duurt. Jongen kunnen vanaf het vrij zwemmen met ➛jongbroedvoer ter grootte van Artemia worden gevoerd.
Kopen: ok.