IvanacaraBereik van paginaIvanacara bimaculata

Ivanácara

= acara als Ivan de verschrikkelijke.

Klein geslacht van cichliden uit de familie van de ➛Cichlidae. Het bevat 2 soorten.

Beide soorten vergelijkbaar van vorm en tekening, en veel agressiever dan waar de naam ➛acara over het algemeen mee geassocieerd worden. Het zijn echter geen roofvissen. Ze zijn afkomstig uit het noorden van Zuid-Amerika, onder meer het ➛Amazonegebied. Vindplaatsen zijn rijk voorzien van hout- en bladafval, en blootgespoelde boomwortels. Voorheen waren de dieren ondergebracht bij ➛Nannacara.

Langgerekte, vrij hoge dieren met een zijdelings samengedrukt lichaam. Rug- en buiklijn lopen min of meer parallel. De kop is vrijwel halfrond, enkel bij de betrekkelijk kleine bek, net onder het midden, stulpt deze iets uit. De lange rugvin bestaat uit een lang deel met harde en een korter deel met weke vinstralen. Ook de kortere aarsvin heeft een dergelijke indeling, echter met slechts enkele harde vinstralen. De staartvin is afgerond waaiervormig. Mannen zijn het makkelijkst te herkennen aan de lange, spitse punten aan rug- en aarsvin.

Ondanks de onderlinge agressie goed met andere vissen samen te houden. Deze vorm van afleiding heeft ook een gunstige invloed op het onderlinge gekibbel. Kies echter voor niet te kleine, levendige soorten die niet gauw onder de indruk zijn. Zorg voor voldoende schuilplaatsen voor dekking met behulp van hout en stenen. Ook beplanting kan daarvoor zorgen. In de natuur leven de vissen van onder meer ➛detritus, ➛herfstbladeren op de bodem zijn daarom een geschikte aanvulling.

Vrij lastig te kweken substraatleggers, die dat liefst in een holte doen. ➛Onthard en zuur water zijn een belangrijke voorwaarde voor de ontwikkeling van de ruim 300 eieren, en ook het jongbroed. Soms wordt het belang van een ➛kweekkoppel benadrukt, maar in de praktijk lijkt die noodzaak mee te vallen. Plaats simpelweg een man en vrouw bij elkaar. Na enige tijd elkaar najagen komt het vrijwel altijd, zonder incidenten, tot een paring. Beide ouders doen enkele maanden aan broedzorg. Jongen kunnen vanaf vrij rondzwemmen worden gevoerd met ➛jongbroedvoer ter grootte van ➛Artemia.

Moeilijkheid 2 (0-3)

adoketa

Kullander & Prada-Pedreros 1993

Endemisch in de middenloop van de zwart waterrivier Rio Negro in noordwestelijk Brazilië.

Ivanacara adoketa
Ivanacara adoketa. © ➛F. Ingemann Hansen

Lengte tot 13 cm.

Vorm als bij het geslacht beschreven. Kleur beigewit, vrouwen met een rozige, mannen met een blauwe gloed. Daarover tot 7 brede, diepzwarte dwarsbanden, soms met lichtblauwe randen. Vanaf het voorhoofd een smallere band naar het oog, die daarna met een knik weer achterwaarts naar de keel doorloopt. Vanaf het oog is soms ook een lengteband te zien, die soms slechts de helft van het lichaam beslaat. Tijdens de paai intensiveren de kleuren sterk.

Zie de geslachtsbeschrijving voor verzorging en gedrag. Moeilijk te kweken dieren.

Geschikt voor aquaria vanaf 300 liter.

Temperatuur: 22 tot 28° C

pH: 4-7   dH: 0-8   fH: 0-14   ppm: 0-130

Kopen: ok.

Moeilijkheid 2 (0-3)

bimaculáta

Eigenmann 1912

Endemisch in de Potaro rivier in Guyana, een zijrivier van de Rio Essequibo, een moeilijk toegankelijk en geïsoleerd gebied.

Ivanacara bimaculata
Ivanacara bimaculata. © ➛F. Schäfer

Lengte ♀ tot 7 cm, ♂ tot 8 cm.

Lichaam minder langgerekt als I. adoketa. Tekening vergelijkbaar, maar met een meer nadrukkelijke lengtestreep. Op de achterste helft ook één of meerdere donkere vlekken, daar waar de lengtestreep de dwarsbanden kruist. De oogstreep is ook minder scherp, de blauwe lijnen er omheen rommeliger. Vinpunten zijn bij mannen minder langgerekt.

Verzorging, gedrag en kweek als vermeld bij het geslacht. Warmtebehoeftig.

Geschikt voor aquaria vanaf 100 liter.

Temperatuur: 24 tot 30° C

Een kwetsbare soort. Beperk de aankoop bij voorkeur tot nakweek.

Margevuller