
Behalve een verbetering van het gehoor levert het orgaan ook een grote gevoeligheid op voor druk- en dieptemeting. Vissen nemen dit waar via verandering van de druk en de vorm van de zwemblaas zelf.
Onderdeel van een ➛cel uit het lichaam van een ➛organisme. Voorbeelden zijn een vacuole, celkern of ➛chloroplast.
Levend of dood lichaamsmateriaal afkomstig van een ➛organisme. Organisch materiaal is voornamelijk opgebouwd uit de anorganische chemische elementen ➛koolstof (C), ➛waterstof (H), ➛stikstof (N), ➛zuurstof (O), ➛fosfor (P) en ➛zwavel (S). Dat geldt voor huid, botten (graten), spieren, celmembranen en -wanden, uitwerpselen, hout, en hun afval.
In de natuur en in het aquarium hoopt zich dit op als detritus. Door bacteriële verwerking 'verdwijnen' de verbindingen daarin in de gassen ➛CO₂, H₂O en N₂, of blijven achter als voedingsstoffen in de vorm van ➛DOC, fosfaten, nitraten en ammonium, maar soms ook in gifstoffen als ➛ammoniak, NH₃ en ➛zwavelwaterstof, H₂S.
➛Anorganisch materiaal mist vrijwel altijd het element koolstof.
Een zelfstandig levend wezen met een eigen ➛stofwisseling, hiertoe in staat dankzij een geheel van samenhangende organen: het lichaam. Zie ➛orgaan.