Klein en populair type ➛buitenfilter met een potvorm, voorzien van een ➛centrifugaalpomp.

De pomp sluit de pot af en heeft een aansluiting voor een afvoerslang. Bij nieuwere types is er ook een aansluiting voor een aanvoerslang, anders bevindt zich deze onderaan de zijkant van de pot. Sommige modellen zijn voorzien van koppelbare compartimenten voor diverse filtermaterialen. Weer andere hebben een ingebouwde ➛verwarming of ➛uv C-lamp.
Dit zijn de vaak wat duurdere buitenfilters. De filtercapaciteit is nog steeds relatief beperkt in verhouding tot de pompsnelheid, maar groter dan dat van de gemiddelde binnenfilter.
Sommige soorten potgrond zijn geschikt als ➛voedingsbodem voor een dicht beplant aquarium. In de handel zijn twee types te verkrijgen: bemest en onbemest. Enigszins misleidend is het woord mest(stof), want ook de organische componenten zijn meststoffen.
Bemeste grond is niet aan te raden. De toegevoegde meststoffen als nitraten, fosfaten en sulfaten zijn ongebonden toegevoegd, d.w.z. in ➛anorganische vorm, en zijn direct opneembaar. Daardoor vaak ook goed oplosbaar, wat tot een sterke belasting van het aquariumwater leidt. Langdurige algontwikkeling ligt op de loer.
Ook kan het tot ➛vergiftigingen leiden. De toevoegingen helpen de bacteriën met het versneld verwerken van de organische materialen, wat tot een snel verbruik van zuurstof in de bodem kan leiden. Dit kan de vorming van allerlei giftige ➛bacteriële afvalstoffen (➛ammoniak, ➛zwavelwaterstof) tot gevolg hebben.
Onbemeste grond bevat enkel onverteerd ➛organisch materiaal (de meststof), dat pas na bacteriële verwerking beschikbaar komt. Dat kost tijd. Een dergelijke voedingsbodem biedt planten voor vele jaren aan voedingsstoffen en ➛sporenelementen.
Belangrijk is dat de grond goed is afgebroken, en dat er geen geur van verse ingrediënten (hars, blad) zijn waar te nemen.
Ook bij onbemeste grond kunnen gedurende de ➛rijpingsperiode ➛algen optreden. Dit is vermoedelijk als gevolg van de grote hoeveelheid beschikbaar ➛ijzer in de waterkolom. Dit daalt doorgaans binnen enkele maanden, waarna de algen verdwijnen.
Sommige potgrond wordt gesteriliseerd. Dat lijkt veilig, maar ongesteriliseerde grond heeft als voordeel nou nét de nodige bacteriën, wat een ➛aquariumstarter overbodig maakt. Dat scheelt rijpingstijd.
Bij twijfel kan een type potgrond als volgt worden getest: Vul een glazen pot met een paar cm potgrond, met daarop een paar cm grind. Vul dit zonder beide lagen te beroeren. Als na meerdere uren geen troebeling optreedt, is de potgrond geschikt.
Pas overigens op met de marketingterm 'bio', dat soms enkel het ontbreken van ➛turf betreft. De winning daarvan is meestal erg milieubelastend. De grond zelf kan dan alsnog bemest zijn. In de regel staat op de verpakking of de grond is bemest, soms echter in enigszins verhullende taal, zoals 'met plantversterker' of 'langwerkend'.
Klein geslacht van garnalen uit de familie van de ➛Atyidae. Dit geslacht bevat 5 soorten.
Garnalen uit oostelijk Zuid-Amerika, waar deze langs de kust in zowel zoet als ➛brak water leven op plaatsen met weinig stroming en veel organisch afval, in kustrivieren of in ➛mangrovemoeras. De zeer kleine larven (➛zoea) spoelen als plankton naar zee en komen na hun metamorfose terug naar zoet water.
Gestrekte en gestroomlijnde garnalen zonder hoge welving in het ➛abdomen. ➛Rostrum kort, met enkele voorwaarts gerichte kartels aan de onderkant. De scharen (pereopoden) zijn, als bij vele soorten uit de familie, vergroeid tot kleine waaiers. Water wordt echter niet gefilterd; de waaiers worden benut als bij de meeste andere garnalen: om de bodem af te schrapen. De dieren leven van biofilm, kleine algen en plankton. Bekend is dat ook zachtbladige plantensoorten schade van de garnalen kunnen ondervinden.
De benaming van de onderling sterk gelijkende soorten is nog niet geheel zeker en onderwerp van veel discussie.
Weinig eisende en eenvoudig te houden dieren. Onderlinge agressie komt zelden voor, het zijn zeer sociale dieren die in groepen leven. Houd ze daarom in een groep van ten minste 10 dieren. In het wild worden korte afstanden buiten het water klimmend overwonnen, gedrag dat ook in het aquarium is te zien: dek het daarom goed af. Vermijd al te groot en robuust gezelschap.
De kweek is bij geen van de soorten gelukt als gevolg van de ➛amfidrome levenswijze. De soort P. mexicana is ➛hermafrodiet, maar niet in staat zichzelf te bevruchten. Productieve dieren die het hele jaar door geregeld gedurende 2 tot 4 weken tot 250 eieren dragen. Eieren komen in de regel 's nachts uit. De larven vervellen ruim 10 keer alvorens de dooierzak is verbruikt, daarna wordt geleefd van kleiner zoöplankton. Uitkomen in zoet water is geen probleem, het geleidelijk aanpassen van het ➛zoutgehalte echter wel, dit komt zeer nauw. Houdt de temperatuur daarbij tussen 21 en 26°. Ook het voeren van de nog zeer kleine jongen is lastig.

Verspreid langs de zuidoostelijk kust van Brazilië, van de staat São Paulo tot en met Santa Catarina, vaak in combinatie met P. potimirim, maar verder landinwaarts dan deze.
Uiterlijk bijna identiek aan P. potimirim en al even variabel. Gemiddeld echter minder kleurrijk en met een korter rostrum dat niet boven het tweede antennesegment uitkomt.
Lengte tot 26 mm.
Verzorging, gedrag en kweek als bij P. potimirim. Tot 900 eieren worden in uiterlijk vier weken uitgebroed. De larven zijn ➛benthisch en hechten zich aan voorwerpen. Zoutgehalte voor larven tussen de 12 en 14‰.
Geschikt voor aquaria vanaf 20 liter.
Temperatuur: 18 tot 26° C
pH: 5-7 dH: 0-18 fH: 0-32 ppm: 0-300
Kopen: ok.