CurimataBereik van paginaCurimatidae

Curimatá

= Tupi woord voor 'gekerfd'.

Geslacht van karperzalmachtigen uit de familie van de ➛Curimatidae. Het bevat meer dan 10 soorten soorten.

Grotere scholenvissen met een langwerpig en vrij hoog, zijdelings samengedrukt lichaam. De bek is afwijkend gevormd, wat de vissen in staat stelt ➛algen en ➛periphyton van hout en stenen te schrapen, en doet aan ➛Osphronemus denken. Zie verder de beschrijving bij de familie.

De meeste soorten zijn voorzien van zilvergrijze flanken met een donkergrijze rug, en worden voor het huiskameraquarium in de regel te groot. Eén uitzondering vormt C. vittata, met een aantrekkelijk patroon van kleuren en lijnen.

Moeilijkheid 2 (0-3)

vittáta

Kner 1858

Afkomstig uit de Amazone rivier in Brazilië, Colombia en Peru, in traag stromend, dicht begroeid water.

Curimata vittata
Curimata vittata. © ➛F. Schäfer

Vorm als beschreven bij het geslacht. Zilverachtige schubben met een goudbruine rug, over de flank een heldergele, scherp afgebakende streep. Op die rug ongeveer 10 smalle, afgeronde, soms onderbroken dwarsstrepen. Vinnen kleurloos, al kunnen de vinnen aan de buikzijde blauwwitte voorste vinstralen tonen. Vrouwen met een rondere buikpartij, mannen kleurrijker.

Lengte tot 20 cm.

Levendige vissen die uitsluitend in een groep van zeker vijf dieren goed zijn te houden. Over de kweek is weinig bekend. De dieren trekken tijdens het regenseizoen in groepen naar geschikte paaigronden.

Geschikt voor aquaria vanaf 500 liter.

Temperatuur: 23 tot 27° C

pH: 6-7   dH: 4-12   fH: 7-21   ppm: 70-200

Kopen: ok.

Curimátidae

= afgeleid van Curimata.

Brede zalmen

Familie van matig gestrekte karperzalmen met een hoog, in de breedte samengedrukt lichaam, uit de orde van de ➛Characiformes. Hun verspreidingsgebied ligt tussen Costa Rica en het noorden van Argentinië. Ze zijn nauw verwant met de nachtzalmen, ➛Prochilodontidae.

De kleine kop is voorzien van tandloze kaken, al kunnen keeltanden aanwezig zijn. Rug- en staartvin groot. De eerste staat net achter het hoogste punt van de vaak wat hoge rug; de laatste is diep gevorkt en met veelal vrij spitse lobben. De vinnen aan de buikzijde zijn in verhouding klein Evenals karperzalmen een holle aarsvin, maar wel veel korter. Ook de ➛vetvin ontbreekt niet.

In de natuur leven de dieren van ➛algen, ➛biofilm, dierlijk ➛plankton en ➛detritus.

Dieren uit deze familie worden zelden in de handel aangeboden. Van enig belang zijn de volgende geslachten:

➛Curimata, Curimatella, Curimatopsis en Cyphocharax.

Margevuller