Brede zalmen
Familie van matig gestrekte karperzalmen met een hoog, in de breedte samengedrukt lichaam, uit de orde van de ➛Characiformes. Hun verspreidingsgebied ligt tussen Costa Rica en het noorden van Argentinië. Ze zijn nauw verwant met de nachtzalmen, ➛Prochilodontidae.
De kleine kop is voorzien van tandloze kaken, al kunnen keeltanden aanwezig zijn. Rug- en staartvin groot. De eerste staat net achter het hoogste punt van de vaak wat hoge rug; de laatste is diep gevorkt en met veelal vrij spitse lobben. De vinnen aan de buikzijde zijn in verhouding klein Evenals karperzalmen een holle aarsvin, maar wel veel korter. Ook de ➛vetvin ontbreekt niet.
In de natuur leven de dieren van ➛algen, ➛biofilm, dierlijk ➛plankton en ➛detritus.
Dieren uit deze familie worden zelden in de handel aangeboden. Van enig belang zijn de volgende geslachten:
➛Curimata, Curimatella, Curimatopsis en Cyphocharax.
Groot geslacht van gestroomlijnde waterroofkevers met een kleine 100 soorten uit de familie van de ➛Dytiscidae. De verspreiding is wereldwijd, met uitzondering van Antarctica. De meeste soorten komen voor in zuidelijk Azië. De enige vertegenwoordiger in België en Nederland is C. lateralimarginalis, de tuimelaar, met een totale lengte van 37 mm één van de grotere (water)kevers.

De kever vertoont uiterlijk veel overeenkomsten met de geelgerande waterkever ➛Dytiscus marginalis, maar is daarvan onder meer eenvoudig te onderscheiden door het plattere lichaam en de brede achterzijde ervan. Evenals deze laatste gestroomlijnd met nauw aansluitende lichaamssegmenten en een gele, wat doorschijnende rand en onderzijde. De achterste poten zijn van opvallende lange zwemharen voorzien. Ook het middelste paar draagt zwemharen, waarmee de kever op een rustiger tempo zwemt. De dekschilden zijn glanzend, zeer donker geelgroen, zonder lengtegroeven. Uitstekende zwemmers die op het zicht jagen.
Ook de larve vertoont veel overeenkomsten met de gewone geelrand, maar is minder gekromd, heeft een meer ingesnoerd lichaam en mist de beide cerci aan de adembuis. Daarbij komt dat de larve maar matig zwemt en planten of andere steun nodig heeft om aan het oppervlak te komen ademen.
Zowel kever als larve leven van onder water gevangen insecten, larven, kikkervisjes en dergelijke. Verpoppen vindt als bij veel waterkevers plaats in een holletje op de oever.
Het mag duidelijk zijn dat deze dieren voor de overige aquariumdieren een serieus risico vormen.