Betrekkelijk dunne, voedselrijke onderlaag van een aquariumbodem. Vooral in een dicht begroeid aquarium met hongerige planten is een dergelijke ➛bodem aan te raden als plantenvoeding. Pas na zo'n vijf jaar is een voedingsbodem uitgewerkt. Voedingsbodems bieden vooral een wagonlading aan koolstof en ➛sporenelementen. De bulkvoeding, bestaande uit ➛stikstof, ➛fosfor en ➛zwavel, komen vooral via visvoer en verwerking van afvalstoffen beschikbaar. Samen bieden deze ruim voldoende dekking voor de behoeften van planten.
Nog ruim voordat een dergelijke bodem uitgeput raakt, gaat deze al fungeren als een buffer voor voedingsstoffen die uit afvalstoffen vrijkomen. Hierdoor zal de voedingsbodem het nog langer uithouden.

Een voedingsbodem wordt in de regel niet meer dan 3 cm dik genomen. Dit verkleint het risico van een ➛anaerobe zone in de laag. Dat risico neemt met de dikte toe. Over deze laag gaat vervolgens een toplaag van gewassen ➛zand of ➛grind. Indien het door de voorruit zien van de bodem ongewenst is, houdt de voorruit dan enkele centimeters daarvan vrij, zodat enkel de toplaag zichtbaar is.
In de aquariumhandel zijn voedingsbodems van vele erkende merken verkrijgbaar. Ook zijn er hobbyisten die zweren bij ➛tuinaarde, grond van verse molshopen of zelfs ➛potgrond. Op internet zijn er succesvolle recepten voor te vinden. Pas echter wel op met eventuele bodemverontreiniging. Ook is het mixen van meerdere bodemtypes af te raden. De stoffen in deze bodems reageren mogelijk met ongewenste effecten op elkaar.
Een voedingsbodem is begrijpelijkerwijs niet aan te raden in combinatie met vissen die een voorliefde hebben voor het omploegen van de bodem, zoals sommige cichliden of karpers. Doorgaans vormen planten bij deze vissen ook al een probleem. Deze dieren kunnen beter worden gehouden met planten in potten, planten die op hout en stenen hechten, drijfplanten, of een plantenfilter.
Een voedingsbodem werkt in de regel minder goed in zacht water. Bij gebrek aan ➛buffers daarin kunnen de bacteriële processen in de bodem het water snel doen verzuren, soms zo sterk, dat er maar weinig planten in kunnen groeien. Planten gedijen beter in wat harder water met een meer neutrale ➛zuurgraad.
Overigens stuift een voedingsbodem minder zodra er een volwassen aandeel bacteriën in vertoefd. Deze binden met hun aangemaakte extracellulaire matrix of ECM de losse partikels aan elkaar. Meer daarover onder ➛biofilm.
➛Aquasoil biedt een andere kijk op de voedingsbodem. Hierbij is geen extra toplaag meer nodig.
Het zelf kweken van voedsel heeft een aantal voordelen. Behalve besparen op kosten is er zicht op hoe de dieren zich ontwikkelen en invloed op de ontwikkeling, en er is doorlopend voldoende voorraad. En het is ook nog leuk.
Daar staat tegenover dat er wel enige tijd in moet worden gestoken om de kweek naar wens te laten verlopen. Voedselkweken zijn niet altijd geur- en geluidvrij, iets om rekening mee te houden. Ook kan een kweek mislukken, door schimmelvorming, ziekte of infectie met een ➛parasiet, of door gebrek aan ervaring. Een reservekweek kan dit probleem in veel gevallen opvangen.
Gedurende een vakantie kan een kweek vaak in een sluimertoestand worden gebracht, of valt een niet te lange vakantie met wat handige timing tussen twee voedermomenten.
Belangrijk is te beseffen dat de voedseldieren zelf kwalitatief goed en met afwisseling moeten worden gevoerd om voldoende voedingswaarde te kunnen bieden.
Een overzicht van zelf te kweken voedseldieren: